Waarom worden sommige mensen wakker van elk geluidje?
Je sluipt 's avonds laat muisstil door het huis om niemand te wekken, maar de volgende ochtend blijkt dat je al je huisgenoten toch wakker hebt gemaakt. Moet je dringend je sluipmethoden verfijnen, of slapen je partner, kinderen of medestudenten gewoon minder diep dan jij, die nergens wakker van wordt?
Diep slapen is in de wetenschap iets heel anders dan in de volksmond, zegt kinderneuroloog Sigrid Pillen van het Centrum voor Slaapgeneeskunde Kempenhaeghe in Heeze. Iedereen doorloopt gedurende de nacht cycli van vier slaapstadia: lichte doezel, normale slaap, diepe slaap en rem-of droomslaap. Kortweg gaan we steeds van lichtere naar diepere slaap en weer terug. De diepe slaap begint aan het begin van de nacht, bij de meeste volwassenen is dat vóór twaalf uur 's nachts. De volkswijsheid dat de uren vóór twaalven dubbel tellen, klopt dus wel een beetje.
Toch heeft diep slapen wel degelijk een verband met wakker worden. Mensen in diepe slaap zijn moeilijker te wekken. Kinderen hebben geluk, zij slapen langer diep en zijn dus de hele nacht moeilijker wakker te krijgen. Volwassenen hebben aan het einde van de nacht minder diepe slaap en lopen dan dus een grotere kans te ontwaken.
Gek genoeg is er geen verband tussen wakker worden en het gevoel dat je diep of licht hebt geslapen. "De meeste mensen worden zo'n 10 à 20 keer wakker", zegt Pillen. "Maar als je binnen 20 seconden weer inslaapt, herinner je je dat de volgende ochtend niet. Als je langer dan een minuut wakker bent, blijft dat je wel bij. Het gaat erom hoe snel je weer inslaapt. Het is dus grotendeels een kwestie van beleving."
De verschillen zijn groot
Uit onderzoek blijkt dat sommige 'lichte slapers' die 's ochtends klagen dat ze zo slecht hebben geslapen, minder vaak wakker zijn geworden dan diegenen die "heerlijk hebben geslapen". "De verschillen zijn groot", zegt Pillen. "Mensen die 3 à 4 keer wakker worden en niet meteen weer inslapen kunnen het gevoel hebben dat ze van elk geluidje wakker worden. Terwijl anderen wel 20 keer wakker worden, snel doorslapen en zich 's ochtends goed uitgerust voelen." De kunst om snel weer in te slapen is dus cruciaal, maar helaas voor lichte slapers genetisch bepaald - al is er met een goed slaapritme enige invloed op uit te oefenen.
Voor de onhandige klungelaar die 's nachts door het huis stommelt, is dit misschien geruststellende informatie. Het is allemaal beleving, kan hij of zij zeggen terwijl hij het leeslampje aanknipt of luidruchtig nog een nachtelijke boterham smeert. Maar het idee licht te hebben geslapen heeft psychologisch grote invloed. "Uit onderzoek is gebleken dat mensen die te horen kregen dat ze slecht hadden geslapen, minder goed functioneerden dan de groep die te horen kreeg dat ze uitstekend had geslapen", zegt Pillen. "Onafhankelijk van hoe ze daadwerkelijk hadden geslapen."
Wie een ochtendhumeur van zijn huisgenoten wil vermijden, kan dus toch maar beter stil zijn.