Onveiligheidsgevoel gaat over van ouder op kind
Onveiligheidsgevoelens bij jongeren zijn niet enkel het product van individuele ervaringen zoals slachtofferschap, maar minstens ook deels afhankelijk van een socialisatieproces waarbij ouders hun eigen gevoelens van onveiligheid overdragen op hun kinderen. Dat stelt de aan de KU Leuven verbonden criminoloog Diederik Cops in het criminologenvakblad Panopticon.
Cops baseerde zich op de resultaten van een bevraging bij 1.299 14- tot 19-jarigen door het interuniversitair Jeugdonderzoeksplatform uit 2008. Hieruit bleek vooreerst dat jongens een lager onveiligheidsgevoel hebben dan meisjes. Dit is eveneens lager bij jongeren van wie minstens één van de ouders hoger opgeleid is. Een hogere graad van armoede hangt samen met een hoger gevoel van onveiligheid.
Emotionele band
Cops ontdekte echter ook dat een betere emotionele band tussen kind en moeder samenhangt met een hogere beleving van onveiligheid. Hoe sterker de emotionele band met de ouders, hoe meer de kinderen immers volgens Cops hun bezorgdheden overnemen. De relatie met de vader - met uitzondering voor jongens - en de mate van opvolging door de ouders zijn daarentegen niet significant gerelateerd met het onveiligheidsgevoel bij adolescenten.
Socialisering
In zijn slotbeschouwing wijst Cops erop dat jongeren van wie de ouders meer beperkingen opleggen om hen te beschermen tegen allerlei risico's, zich meer kwetsbaar en onveilig voelen dan anderen. "Het voortdurende toezicht lijkt er met andere woorden toe te leiden dat adolescenten minder opgewassen zijn tegen het dagelijkse leven en er bijgevolg een 'socialisering' van de angst plaatsgrijpt waarbij kinderen en adolescenten de bezorgdheden van ouders overnemen en ook zich zelf onveilig gaan voelen", aldus Cops.