Ook slimme mensen zijn racistisch, ze verstoppen het alleen beter
Intelligentie speelt geen rol in het voorkomen van racisme. Met andere woorden: intelligente mensen zijn net zo vaak racisten als minder intelligente mensen. Het enige verschil: slimme mensen verstoppen hun racistische gedachten en vooroordelen beter.
Dat blijkt uit een sociologische studie die de attitudes van 20.000 blanke Amerikanen analyseerde. Die werden gelinkt aan de manier waarop ze informatie verwerkten en hoe ze stonden tegenover een antiracistisch beleid.
Wie hoog scoorde op cognitieve taken (en dus 'slimmer' is), steunt vaker dan de minder slimme raciale gelijkheid als principe. In de praktijk daarentegen waren ze even vaak tegen maatregelen die vooroordelen willen aanpakken.
Iets zeggen, iets anders doen
Tegenstrijdig? Niet noodzakelijk. Volgens de onderzoekers zou dit kunnen verklaard worden doordat intelligente mensen een beter besef hebben van wat sociaal onaanvaardbaar is. Een andere mogelijke verklaring is dat ze gelijkheid echt het ideaal vinden, maar ze niet bereid zijn er sociale en economische opofferingen voor te maken.
In de (Amerikaanse) studie komt dat erop neer dat de slimme blanken vonden dat ze geen recht hadden om woonwijken raciaal op te delen. Tegelijkertijd steunde de helft wel oneerlijke maatregelen in plaats van wetten te steunen die etnische minderheden meer kans geven op een woning.
Positie rechtvaardigen en bewaren
"Racisme en vooroordelen zijn niet enkel het resultaat van domheid. Ze komen meestal voor uit de nood van dominante groepen om hun gepriviligeerde sociale positie te rechtvaardigen en te bewaren", argumenteert professor Geofrrey Wodtke van de universiteit van Michigan.
"Intelligente blanken weten gewoon beter wat ze moeten zeggen en wat niet. Maar hun gedrag volgt hun woorden niet. Elke inspanning om ongelijkheid weg te werken, betekent meestal dat een privilege wordt weggenomen en dat vinden ze oneerlijk."
Ook in ons land
De Verenigde Staten is een veel ongelijkere samenleving dan de onze, met minder sociale correcties. Toch kan aangenomen worden dat de resultaten grotendeels opgaan voor andere landen. In de jaren '90 bijvoorbeeld bleek een grote kloof tussen verkiezingspeilingen en resultaten: het toenmalige Vlaams Blok haalde veel meer stemmen dan op basis van de peilingen kon ingeschat worden. Met andere woorden: sommige kiezers namen de politiek correcte en sociaal aanvaarde mening aan in het openbaar, maar deden in de privacy van het stemhokje iets helemaal anders.