Robotarm helpt Limburgs bedrijf met zwaar precisiewerk
Bij Traflux, producent van afvalcontainers en specialist in afvalophaling, werkt deze maand een mobiele robotarm mee op de werkvloer. De cobot neemt enkele weken lang een deel van het zware en precieze werk over. De test maakt deel uit van het COBOTASSIST-project van Interreg Vlaanderen-Nederland. Kennis- en onderzoekscentrum Sirris staat in voor de technische begeleiding, terwijl POM Limburg de deelnemende Vlaamse kmo’s ondersteunt.
Traflux maakt afvalcontainers met een inhoud van 100 tot 5.000 liter met behulp van een techniek die rotatiegieten heet. In de kunststof deksels van de containers moeten openingen komen. Dat gebeurt vandaag nog met de hand: eerst worden de openingen gefreesd en daarna worden de randjes gladgewerkt. Het gaat om precisiewerk dat fysiek belastend is. Een verkeerde beweging kan een onderdeel meteen onbruikbaar maken.
Deze maand test Traflux of een cobot dat werk kan overnemen, zodat medewerkers zich kunnen toeleggen op taken met een hogere toegevoegde waarde. De robot staat tussen de andere machines op de werkvloer en wordt ingezet binnen de normale werking van de fabriek.
“We wilden vooral ervaren hoe zo’n cobot zich gedraagt in een echte productieomgeving”, zegt Maarten Conings, productiemanager bij Traflux. “We voorzien voor 2027 een budget van 500.000 euro voor automatisering en digitalisering. Deze ervaring helpt ons om gerichte keuzes te maken, met een reële impact op kwaliteit en doorlooptijd.”
Niet alleen een probleem bij Traflux
Traflux is niet het enige bedrijf dat met deze uitdaging te maken heeft. Meer dan zeven op de tien producten van staal of kunststof moeten na de productie nog worden bijgewerkt. Het gaat onder meer om schuren, polijsten en ontbramen om scherpe kanten en oneffenheden weg te werken.
Die nabewerking neemt gemiddeld een vijfde van de productietijd in beslag en vertegenwoordigt tot 15 procent van de kostprijs. Toch gebeurt het werk in acht op de tien gevallen nog met de hand. Het gaat bovendien om taken waarvoor bedrijven steeds moeilijker personeel vinden.
Voor veel maakbedrijven is dat een moeilijke evenwichtsoefening. Klanten verwachten kwalitatief afgewerkte en vaak op maat gemaakte producten, maar willen die tegelijk snel en goedkoop geleverd krijgen. De manuele laatste stap in het productieproces maakt het moeilijker om aan al die verwachtingen tegelijk te voldoen.
Testen zonder directe aankoop
Bedrijven kunnen cobots voor dergelijke werkzaamheden inzetten. Anders dan klassieke industriële robots kunnen ze onder meer voelen hoeveel kracht ze uitoefenen. Dat kan van pas komen bij toepassingen zoals schuren, polijsten en ontbramen. De veiligheid moet daarbij worden gegarandeerd op basis van een risicoanalyse en passende maatregelen.
“Cobots kunnen een interessante aanvulling zijn voor taken die zwaar, repetitief of ergonomisch belastend zijn”, zegt Jan Kempeneers, principal engineer Smart Manufacturing bij Sirris. “Toch is de stap naar automatisering voor veel kmo’s nog groot. Door bedrijven de technologie eerst in hun eigen productieomgeving te laten testen, krijgen ze een realistisch beeld van de mogelijkheden én de aandachtspunten.”
POM Limburg en de projectpartners zetten met workshops en opleidingen in op het vertrouwd maken van Limburgse maakbedrijven met cobottechnologie.
COBOTASSIST is een Interreg Vlaanderen-Nederland-project van Sirris, Fontys, Breda Robotics, SyntraPXL, POM Limburg, High Tech NL en Avans.