Bloedige dag in Irak: ruim 70 doden
Sinds zondagavond heeft het geweld in Irak weer ruim zeventig doden en meer dan 150 gewonden geëist. Vrijdag had de politiek-sektarisch geïnspireerde terreur in de "failed state" al 79 doden gemaakt; tijdens het weekend vielen 23 gewelddoden.
De politieke wereld blijft echter onveranderd op ramkoers, met als antagonistische hoofdrolspelers de sjiitische premier Nuri al-Maliki en de soennitische parlementsvoorzitter Osama al-Nudzjaifi. Beiden lieten zich weer opmerken door uitspraken die olie op het vuur gooiden. Maliki liet vandaag wel weten dat hij, geconfronteerd met de schier onstopbare geweldgolf, zijn "veiligheidsstrategie" gaat herzien en dat morgen in het parlement "beslissingen zullen genomen worden". Dat kan, gezien Maliki's precedenten met doodseskaders, neerkomen op meer staatsgeweld.
De meeste doden vielen bij diverse bomaanslagen in de Iraakse hoofdstad Bagdad. De zwaarste aanslag, met elf doden, vond plaats in de noordoostelijke wijk al-Shaab. Maar ook in de zuidelijke havenstad Basra, vooral door sjiieten bewoond, vielen 13 doden en 40 gewonden bij de explosie van twee bomauto's. Een bomauto naast een bus met sjiitische bedevaarders in de buurt van het noordelijke Tikrit eiste dan weer acht doden, van wie er zes de Iraanse nationaliteit hadden. Andere dodelijke incidenten vonden plaats in Samarra, Mosoel en al-Anbar.
Voorts trof de politie in de woestijn ten westen van de stad Ramadi veertien lijken aan. In veiligheidskringen luidde het dat het om de stoffelijke overschotten gaat van politieagenten en reizigers die enkele dagen geleden in de regio waren ontvoerd.
Door het geweld gaan in kringen van de soennitische minderheid stemmen op om, in navolging van de Iraakse Koerden, in het westen van het land een autonoom soenni-gebied in te richten. Het voornemen stuit op de economische realiteit dat in de "soennitische gebieden" weinig tot geen olie te vinden is - zowat de enige bron van inkomsten voor Irak. Dat feit is de hoofdreden waarom diverse soennitische partijen tegen een opdeling gekant zijn, hoewel de soennieten zich geviseerd voelen door Maliki en diens veiligheidstroepen.