Buitenlandse vrijwilligers die vechten tegen IS zijn vooral 'Facebookvedetten'
Steeds meer vrijwilligers verlaten Groot-Brittannië en gaan in Syrië en Irak de strijd aan met IS. Ook grootvaders. Een van hen is Jim Atherton. Hij doet zijn verhaal in de Britse krant The Telegraph. Maar veel vrijwilligers keren ook snel terug met een kater. Ze mogen dan wel naar het front trekken maar ook echt deelnemen aan de strijd tegen IS zit er vaak niet in omwille van hun gebrekkige opleiding en het feit dat milities niet willen dat ze als propagandamateriaal in handen van IS terechtkomen. Alan Duncan, veteraan van de Golfoorlog die Koerdische milities traint is formeel. "Buitenlandse vrijwilligers vechten hier niet mee", lacht de Brit.
Atherton is een grootvader van 53 en pa van drie kinderen. Op zijn Facebookpagina poseert hij trots met zijn wapens. Klaar voor de strijd tegen de gruwelsoldaten van IS. En toch. Fit is hij allerminst. In 2007 kreeg hij een hartaanval en was hij nog amper in staat om naar de winkel te lopen. Ook vandaag nog zou hij geen schijn van kans maken om te slagen voor de fysieke proeven van het Britse leger. Maar dat houdt de Brit niet tegen. In april verliet hij zijn familie en vaderland en sloot hij zich aan bij de christelijke militie Dwekh Nawsha in het noorden van Irak. Zijn reis kostte hem alleen al zo'n 18.000 Britse pond. Geld dat hij verzamelde met de verkoop van zijn wagen, moto's en boot. Atherton moest dit naar eigen zeggen doén. De dood van zijn jongere broer heeft hem geraakt en hem naar de wapens doen grijpen. Hij hield van zijn broer die gedood werd tijdens een operatie van het Britse leger in Afghanistan. "Ik moest iets doen", aldus Atherton.
De man die de vlag van het Verenigd Koninkrijk met trots op zijn uniform draagt, is een van de tientallen Britse vrijwilligers die intussen de strijd aangegaan zijn met IS in Syrië en Irak. Onder hen ook de 51-jarige Britse acteur Michael Enright die naast Johnny Depp schitterde in de film Pirates of the Caribbean, een buitenwipper uit Surrey, een IT-specialist en een bankier uit de Londense City, het financiële hart van de hoofdstad. Net zoals Atherton beschikken ze over weinig ervaring en hebben ze nauwelijks militaire training genoten. Ze spreken ook de taal van hun strijdmakkers niet en dat zorgt voor wrevel. Zo werkte Enright op de zenuwen van zijn strijdmakkers door zijn manifest gebrek aan 'professionalisme' op het strijdtoneel en omdat hij vooral bij zijn aankomst zijn heldhaftige verhaal wilde verkopen. Jordan Matson, een oud-elitesoldaat vroeg de Britse en Amerikaanse autoriteiten in een bericht op Facebook om de acteur er weg te halen voor zijn gedrag hem zijn leven zou kosten.
Gefrustreerde vrijwilligers
"Mannen van allerlei pluimage vertrekken naar deze conflictgebieden", zegt Michael Stephens, Midden-Oostenspecialist van een Britse denktank. Hij reisde vorig jaar naar Syrië en interviewde er een aantal buitenlandse strijders. Ondanks de 'stoere' foto's die ze op sociale media posten, worden de buitenlanders vaak ver van de frontlinie weggehouden, zeker als ze vechten aan de zijde van Dwekh Nawsha zoals Atherton, is zijn ervaring. "Ze worden vrijwilliger omdat ze in de zaak geloven of omdat ze zich thuis steendood vervelen. Hun achtergrond is zeer verschillend maar de meesten spreken amper de Koerdische taal of Arabisch en dat maakt de deelname aan operaties moeilijk", aldus Stephens. Hij was ook verrast door het gebrek aan militaire vaardigheden van die vrijwilligers. De terughoudendheid van de bevelhebbers van de milities om een beroep te doen op de buitenlandse vrijwilligers ligt niet alleen aan het feit dat ze amper getraind zijn. Er is ook de angst dat hen hetzelfde lot wacht als de Jordaanse gevechtspiloot die door de IS-terroristen misbruikt werd voor een gruwelijke PR-stunt waarbij ze de man in brand gestoken hebben. Daarom houden ze mannen als Jim Atherton ook liever weg van het front.
Maar dat zorgt dan weer voor frustatie bij enkele van die vrijwilligers. Zo ook bij Tim Locks. De 38-jarige buitenwipper vertrok vorig jaar naar het Midden-Oosten en sloot er net als Atherton aan bij Dwekh Nawsha. Maar "de dagelijkse politiek, drama's en leugens" hebben hem doen terugkeren naar zijn vaderland. 'Vrijwilligers krijgen de kans niet om onschuldige mannen, vrouwen en kinderen te beschermen omwille van de gevoerde politiek, nutteloze ruzies en rivaliteit', liet een ontgoochelde Locks in een korte boodschap weten. Ook Macer Gifford die vertrok 'in naam van de oorlog' en in december zijn lucratieve baan in de financiële wereld opgaf om te strijden aan de zijde van de Koerden in Syrië is intussen alweer thuis.
Facebookstrijders
En toch zijn er nog altijd Britten die gaan vechten tegen IS. Een paar dagen geleden kwam aan het licht dat de 23-jarige Joe Robinson het ouderlijk huis zonder boe of ba verlaten had en op een goedkope vlucht naar Turkije gestapt was waar hij de grens met Syrië overstak. Hoewel de vrijwilligers in een grijze zone acteren worden zij die terugkeren niet opgepakt door de veiligheidsdiensten. Dat is anders met de jihadi's die Groot-Brittannië willen verlaten om zich aan te sluiten bij IS. Ook als ze pogen om opnieuw Groot-Brittannië binnen te raken, riskeren ze opgepakt te worden.
Ook Macer Gifford uit Oxford keerde in juni terug naar zijn vaderland en woont momenteel bij zijn ouders. Volgens hem laten de christelijke milities IS maar begaan. "Probleem met die milities is dat ze amper vechten. Buitenlandse vrijwilligers mogen niet eens de wacht houden. Ze moeten zelfs betalen voor elke kogel die ze afvuren. Nochtans is de frontlijn amper 600 à 700 meter verwijderd van de stellingen van IS maar ze bewegen niet. Ze gaan gewoon even snel poseren voor een paar foto's en dat is het dan", luidt de scherpe kritiek van Gifford. Zelf vertrok hij ook zonder militaire training. Dat is volgens hem in 85 procent van de gevallen zo. Vrijwilligers met een verleden bij het vreemdelingenlegioen gaven hem ginder de nodige opleiding. Zelf nam hij wel deel aan gewapende conflicten en maakte hij naar eigen zeggen "bij verschillende gelegenheden" gebruik van zijn machinegeweer. Maar voor heel wat vrijwilligers blijven hun belevenissen beperkt tot het posten van foto's op Facebook. "Buitenlandse vrijwilligers? Neen, die vechten hier niet mee", besluit Alan Duncan, een veteraan van de Golfoorlog in Irak die vandaag Koerdische milities traint in hun strijd tegen IS.