Irak kreunt weer onder terreuraanslagen
In Irak blijven bomaanslagen, gijzelnames en aanvallen op gevangenissen dagelijkse kost. Op politiek vlak dreigt een explosie tussen sjiieten en soennieten, en terroristen allerhande vullen dat machtsvacuüm. Vandaag eiste een reeks (bom)aanslagen in onder andere Bagdad en Tikrit minstens 53 doden en 70 gewonden. Alleen al in de hoofdstad ontploften zeven bommen, met twaalf doden en 32 gewonden tot gevolg. Andere bomaanslagen vonden plaats in de zuidelijke metropool Basra en in de westelijke provincie al-Anbar.
In de noordelijke stad Tel Afar schoten extremisten twaalf sjiitische bedevaarders in een minibus dood. De pelgrims waren op weg naar de heilige stad Karbala voor een herdenkingsplechtigheid voor de in de achtste eeuw bij de strijd omgekomen "heilige" Imam Hoessein. Zeven bedevaarders overleefden de aanslag, maar liepen wel verwondingen op.
In Baiji, 200 km ten noorden van Bagdad, vielen veronderstelde al-Qaidastrijders een politiegevangenis aan. Zij brachten eerst een autobom tot ontploffing en openden dan het vuur op de agenten. In lokale media luidde het dat vele gevangenen daardoor zijn kunnen ontsnappen, wat door de politie wordt ontkend.
In Tikrit, eveneens ten noorden van Bagdad, bestormden militanten de zetel van de provincieregering. Zij bezetten het gebouw en gijzelden de ambtenaren. De gijzelaars werden later door speciale antiterreureenheden bevrijd. Bij die ingreep vielen minstens vier doden. In al-Anbar blies een kamikaze zich bij een straatversperring in de lucht en nam een politieofficier mee in de dood.
In 2013 is het geweld in Irak, dat sinds de tienjarige Amerikaans-Britse bezetting nooit weg is geweest, weer volop toegenomen. Een van de oorzaken daarvoor is het aanslepende conflict tussen de sjiitische heerser Nuri al-Maliki en de partijen van de soennitische minderheid.