"Saddam Hoessein had wel chemische wapens"
De Amerikaanse regering heeft verzwegen dat Amerikaanse en Iraakse militairen tijdens de oorlog in Irak (2003-2011) zijn blootgesteld aan chemische wapens van de Iraakse dictator Saddam Hoessein. Een aantal militairen liep daardoor verwondingen op.
Dat meldt The New York Times vandaag op basis van documenten van inlichtingendiensten en interviews met tientallen Amerikaanse en Iraakse regeringsmedewerkers. "De geheime slachtoffers van door Irak achtergelaten chemische wapens", kopt de krant.
Zeker 17 Amerikanen en zeven Iraakse politiemensen kwamen tijdens de bezetting van Irak in aanraking met onder meer zenuwgas en mosterdgas. Zij raakten gewond bij het vernietigen van de door Irak achtergelaten en verouderde chemische wapens. Het ging om zo'n 5000 wapens van voor 1991, waarvan de meeste al onbruikbaar waren geraakt. Saddam Hoessein gebruikte die in de jaren 80 in de oorlog tegen Iran.
Pijnlijk
Een voormalige Amerikaanse legerofficier, Jarrod Lampier, zei dat de Amerikaanse regering meerdere redenen had om de blootstelling van Amerikaanse en Iraakse militairen aan chemische wapens te verzwijgen. Het zou voor de regering van president George W. Bush te pijnlijk zijn geweest om te melden dat alleen verouderde chemische wapens waren gevonden. Bush had juist tot de invasie van Irak besloten, omdat Saddam Hoessein moderne massavernietigingswapens zou hebben. Die wapens zijn nooit aangetroffen.
Niet naar ziekenhuis
Amerikaanse militairen in Irak mochten niet uit de school klappen over de verouderde chemische wapens. Ook de medische behandeling voor gewond geraakte militairen liet te wensen over. Een Amerikaanse sergeant zei dat hij geen toestemming kreeg om naar het ziekenhuis te gaan, nadat hij brandwonden had opgelopen door contact met mosterdgas.