OPCW bevestigt: "Jihadisten gebruikten in augustus mosterdgas"
Tijdens gevechten in augustus in Syrië tussen rivaliserende rebellen- of terreurgroepen is mosterdgas gebruikt. Tot die conclusie komen deskundigen van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW). Het gas, ook bekend als yperiet, werd op 21 augustus ingezet in Marea, in de noordelijke provincie Aleppo en kostte minstens twee mensen het leven. Toeval of niet, op 21 augustus werd reeds melding gemaakt van het gebruik van mosterdgas (door terreurbeweging Islamitische Staat) in Irak.
De meest dodelijke aanval met chemisch wapentuig in Syrië vond medio augustus 2013 plaats in Ghouta, bij Damascus. Van die aanval werd prompt het regime van president Assad beschuldigd; uit latere analyses blijkt dat het veel waarschijnlijker is dat de gasaanval het werk was van "rebellen".
Volgens de OPCW is het gas in het dorp Marea ten noorden van Aleppo op 21 augustus gebruikt tijdens gevechten tussen jihadisten van Islamitische Staat (IS) en een andere extremistische strijdgroep.
Mosterdgas is een internationaal verboden chemisch wapen en veroorzaakt verbrandingen van ogen, huid en longen. De meest dodelijke aanval met chemisch wapentuig in Syrië vond medio augustus 2013 plaats in Ghouta, bij Damascus. Van die aanval werd prompt het regime van president Assad beschuldigd; uit latere analyses blijkt dat het veel waarschijnlijker is dat de gasaanval het werk was van "rebellen".
Eerder al hadden bloedtesten aangetoond dat de terreurbeweging mosterdgas had gebruikt bij een aanval in augustus op Koerdische troepen. Volgens het ministerie van Peshmergas (de strijdkrachten) hebben tests bij 35 strijders dit bewezen.