Abbas wil testen op stoffelijk overschot Yasser Arafat
De Palestijnse president Mahmoud Abbas zal het Zwitserse laboratorium dat op de persoonlijke spullen van de in 2004 overleden Yasser Arafat "een abnormale hoeveelheid" polonium aantrof, vragen om ook stalen van het stoffelijk overschot van Arafat te onderzoeken. Dat heeft Saëb Erekat, de Palestijnse hoofdonderhandelaar, gisteren bekendgemaakt.
De beslissing van Abbas om "onmiddellijk" de experts van het Institute for Radiation Physics in Lausanne te contacteren, komt er na een geruchtmakende documentaire van al-Jazeera. De nieuwszender bracht dinsdag aan het licht dat persoonlijke bezittingen van Arafat, die bevuild waren met zijn bloed, zweet, urine en speeksel, een behoorlijke hoeveelheid polonium-210 bevatten. Die stof, een zeldzaam zeer radioactief element, is dezelfde waarmee in 2006 in Londen de vroegere Russische spion Aleksandr Litvinenko werd vermoord.
De documentaire doet vermoeden dat Arafat eveneens met polonium werd vergiftigd, maar om daar uitsluitsel over te hebben, hebben de experts monsters van zijn stoffelijk overschot nodig. De weduwe van de Palestijnse leider zei al dat ze het Zwitsers labo zulke tests zou laten uitvoeren. Nu geeft dus ook de Palestijnse Autoriteit officieel de toestemming voor het opgraven van Arafats lichaam.
Een dag na de uitzending van de al-Jazeera-documentaire lanceerden de Palestijnen de vraag om een internationale commissie op te richten die de dood van Arafat moet onderzoeken, "naar het voorbeeld van de internationale commissie die de moord op de Libanese ex-premier Rafic Hariri onderzocht".