Bedoeïenen betogen tegen gedwongen verhuis uit woestijn
Duizenden bedoeïenen hebben vandaag in Beersheva, in het zuiden van Israël, betoogd tegen een voorstel van de regering om tienduizenden van hen gedwongen uit de Negev te laten verhuizen naar erkende dorpen. "Met ons bloed, met onze ziel, we zullen onze plaats in de Negev terugwinnen", riepen de betogers. Ze droegen Palestijnse vlaggen mee in de betoging.
Volgens de plaatselijke radiozender kwamen duizenden betogers op straat. De politie maakte melding van 2.500 betogers. In Israël wonen ongeveer 160.000 bedoeïenen, het merendeel in of rond de Negev. Meer dan de helft woont in niet-erkende dorpen, zonder openbare dienstverlening. De meeste anderen leven in extreme armoede.
Begin mei keurde een Israëlische interministeriële commissie een wetsvoorstel goed dat voorziet in de gedwongen verhuis van 30.000 tot 40.000 bedoeïenen uit de Negev. 12.000 anderen kregen toestemming om ter plaatse te blijven. Het Israëlische parlement moet het wetsvoorstel nog in drie lezingen onderzoeken.
De Vereniging voor Burgerrechten in Israël (Acri) heeft deze 'gedwongen verhuizingen' al gehekeld omdat die bedoeïenen "hun eigendommen en historische rechten op hun grond zullen verliezen".