Driekwart Belgische profclubs zit financieel in de problemen
De meeste Belgische voetbalclubs hebben het steeds moeilijker om uit de rode cijfers te blijven. Dat is de conclusie van een onderzoek van het financieel magazine Trends. "Het Belgische competitiemodel dreigt op de helling te komen", legde journalist Patrick Claerhout uit aan Radio 1.
Het financieel model in de Jupiler Pro League (en zeker in de Proximus League) zit duidelijk nog met haken en ogen ineen. In 1A boekten de helft van de clubs in het seizoen 2015-2016 een operationeel verlies in, samengeteld met de clubs uit 1B is dat zelfs een zorgwekkend cijfer van drie op vier. Uitgaande transfers blijken voor de meeste Belgische clubs een reddingspost te zijn, maar zijn afhankelijk van jaar tot jaar. Clubs die regelmatig play-off I halen, staan er financieel het meest gezond voor.
In 1B is de situatie zo mogelijk nog dramatischer. De clubs komen er door hun zwakke financiële situatie op de radar van buitenlandse investeerders te staan. Voor hen is het Belgisch voetbal interessant, aangezien er geen beperking is op het aantal niet-EU-spelers. Zes van de acht clubs in 1B gingen intussen overstag.
"Als die investeerders onze competitie gaan gebruiken om goedkoop middelmatige spelers in de etalage te zetten, dan zal dat het niveau naar beneden halen. En dan dreigt het model van opleiden en doorverkopen op de helling te komen", aldus Claerhout. "De overheid zou hier kunnen ingrijpen door een beperking op te leggen van het aantal niet-EU-spelers dat een club mag opstellen."