Zeven vrijwilligers openen en sluiten poorten tijdens Lokerse Feestweek
Zeven vrijwilligers staan tijdens de Lokerse Feestweek in voor het openen en sluiten van de WiBloc-poorten in de feestzone. Dat blijkt uit een schriftelijk antwoord van het stadsbestuur op vragen van N-VA-gemeenteraadslid Manu Diericx. Volgens de oppositiepartij is intussen duidelijk afgebakend dat de vrijwilligers geen veiligheidstaken zullen uitvoeren.
Lees nog meer over de Lokerse Feesten en Fonnefeesten in ons dossier.
De stad lanceerde eind juni een oproep voor vrijwilligers om de toegangspoorten te bedienen. In de oorspronkelijke communicatie stond ook dat zij "een oogje in het zeil" zouden houden en nauw zouden samenwerken met de politie. Dat leidde tot vragen bij Diericx, die de selectieprocedure en de taakomschrijving opvroeg.
Uit het schriftelijk antwoord op de vraag van Diericx blijkt dat 18 mensen zich aanmeldden. Nadat de praktische afspraken en vrijwilligersvergoeding waren toegelicht, stelden 9 kandidaten zich effectief kandidaat. Na een screening door de politie werden 7 vrijwilligers weerhouden. Zij kregen vooraf een briefing over hun taken, het gebruik van de WiBloc-poorten en de radio's.
Briefing
Voor elke shift volgt bovendien een korte briefing door de politie. Volgens het stadsbestuur gaat het nadrukkelijk niet om een veiligheidsopdracht. “De vrijwilligers openen en sluiten enkel de poorten, op eigen initiatief wanneer een bestuurder de feestzone wil verlaten of op vraag van de politie in andere situaties. Als een situatie een veiligheidsaspect krijgt, neemt de politie de opdracht over”, zegt burgemeester Filip Anthuenis (Lokaal Liberaal).
De vrijwilligers zijn verzekerd en ontvangen een forfaitaire vrijwilligersvergoeding. Diericx noemt het positief dat de stad de taakomschrijving heeft verduidelijkt. "Veiligheid is een kerntaak van het stadsbestuur en de politie. We zijn tevreden dat de vrijwilligers uiteindelijk enkel worden ingezet voor het openen en sluiten van de poorten." Na de Feestweek wordt de werkwijze geëvalueerd in de gemeentelijke veiligheidscel en nadien ook intern. Op basis daarvan beslist het stadsbestuur of deze aanpak in de toekomst wordt behouden.