Eindelijk: zo lak je de nagels van je andere hand
Het is iedere keer hetzelfde liedje: je kiest een mooi kleurtje en gaat vol goede moed aan de slag. Alles loopt van een leien dakje, totdat je aan die andere hand moet beginnen. Plots is er nagellak overal behalve waar het moest zitten, en zien je handen eruit als een waar slagveld. Geen nood, dat is nu verleden tijd, want met deze tips krijgt ook die andere hand een perfecte manicure.
Oefening baart kunst
Zoek een comfortabele houding om het borsteltje vast te houden, en oefen steeds in die houding. Na verloop van tijd zal het makkelijker worden om het kwastje vast de houden. Probeer je hand ook zo stabiel mogelijk te houden.
Gebruik een 'gemakkelijke' nagellak
Doorgaans is een nagellak met een breder borsteltje zoals die van Essie en OPI makkelijker om mee te werken dan flesjes met een dun kwastje. Ook de formule kan veel verschil maken. Nagellak met een bepaalde textuur, zoals de Liquid Sand collectie van OPI, verdoezelen foutjes, terwijl glanzende metallic kleurtjes ze net benadrukken.
Stevige greep
Hou het borsteltje tussen je duim en de zijkant van je wijsvinger voor een stevige greep. Je pink houd je best gestrekt, terwijl je ringvinger aan de onderkant van het borsteltje rust.
Langzaam maar zeker
Neem minder nagellak op dan je normaal voor je andere hand zou gebruiken, het is namelijk altijd moeilijker om foutjes te herstellen dan om een extra laag aan te brengen. De beste strategie? Zet een stip onderaan het midden van de nagel, en trek in één beweging een strook naar boven. Vervolgens kleur je de nagel in door een strook links en een strook rechts te lakken. Hou de lagen zo dun mogelijk om foutjes of verkeerde bewegingen te vermijden.
Opruimploeg
Hou steeds een opruimploeg bij de hand: een flacon nagellakverwijderaar, een wattenstaafje en een tandenstoker zijn geen overbodige luxe. Handig om te hebben is een corrector pen, zoals Manicure Corrector van L'Oreal Paris, om snel schoonheidsfoutjes te verhelpen.