Vlechten moeilijk? Niet met deze tips
De vlechtkapsels blijven hardnekkig hun populaire positie in de trends bewaren. Wil je ook eens een leuke visgraat of melkvlecht, maar lukt het nooit zo goed? Met deze tips vlecht jij ook als een pro:
Start simpel: als een vlecht met drie stukken nog te moeilijk is, kan je ook de koordvlecht met twee stukken proberen. Verdeel je haar in twee delen en draai die elk in dezelfde richting op. Draai ze daarna rond elkaar in de tegenovergestelde richting, en klaar.
Oefen blind: het lijkt belachelijk, maar beginners zetten best een blinddoek op als ze vlechten. In plaats van te kijken hoe de vlecht eruit ziet, voel je hoe je moet vlechten. Voor je het weet zit het automatisme in je vingers, en kan je de moeilijkste vlechten aan.
Droog haar: als je een vlechtkapsel wil trotseren nadat je je haar gewassen hebt, neem dan wel de moeite om het goed te drogen. Haar dat nat is, is veel zwaarder en rekt 15 keer meer uit dan droog haar. De kans dat je haar breekt en verzwakt, is zeer reëel. En daarnaast duurt het eeuwen voor het droog is.
Textuur: het geheim van een vlecht die blijft zitten? Droogshampoo, of een ander product dat je haar textuur geeft. Haar dat proper is, is vaak ook glad, en dan blijft je vlecht moeilijk zitten. Verdeel wat product over heel je haar om wat houvast te creëeren. Of wacht een dag of twee na het wassen.
Ga voor poef: geef je vlecht snel een chique toets door het haar aan je kruin wat terug te kammen. Instant volume en elegantie.
Wees spaarzaam: een beetje product om textuur te creëren is perfect, maar let op dat je niet té veel in je haar spuit. Hoe meer producten, hoe zwaarder en stijver je haar wordt. Het wordt dan ook heel moeilijk om je haar nog onder te verdelen in verschillende strengen.
De slordige look: om het perfecte 'messy' resultaat te bereiken, mag je niet tijdens het vlechten slordig zijn. Zorg dat je eerst een nette, stevige vlecht maakt, en ga pas daarna wat stukjes losttrekken of het geheel wat opentrekken.
De visgraat: het geeft een leuk resultaat, zo'n visgraat, maar zorg dat je de secties die je overbrengt telkens relatief klein houdt. Blijf tijdens het vlechten ook wat spanning op je handen zetten, voor een strakke en blijvende visgraat.