Pete Townshend: "Ik wou me voor het hoofd schieten na pedofilie-beschuldiging"
Pete Townshend (67), gitarist en songschrijver van The Who, overwoog zelfmoord nadat hij van pedofilie werd beschuldigd. In januari 2003 werd Townshend gearresteerd in het kader van een politieoperatie tegen een website voor kinderporno en werd zijn huis doorzocht.
De politie vond geen belastend materiaal in Townshends huis of op zijn computers, maar hij bekende wel dat hij in 1999 zeven pond had betaald voor een internetsite met een knop 'klik hier voor kinderporno' en dat dit gebeurde als onderzoek naar kindermisbruik voor de benefietactie 'Double O' van The Who. Towshend had die betaling meteen geannuleerd, maar de mediastorm die op die bekentenis volgde, bezorgde hem zelfmoordneigingen.
Lynchpartij
In zijn nieuwe boek 'Who I Am' schrijft Townshend: "Had ik toen een wapen gehad, ik had mezelf voor het hoofd geschoten om aan de lynchpartij te ontsnappen".
Townshend had voor de rechter zijn naam kunnen laten zuiveren, maar hij hield zich stil en dat bracht velen in de war.
In The Times verklaart hij: "Ik denk dat ik uitgeput was. Van de politie kreeg ik een halfuur de tijd om te beslissen of ik al dan niet een rechtszaak zou inspannen. Mijn advocaten waren net zo verrast als ik, iedereen dacht dat ik met rust zou gelaten worden. Indien ik naar de rechter was gestapt, zouden ze me verscheurd hebben".
Het enige andere overlevende Who-lid, Roger Daltrey, is Townshend blijven steunen, net als Townshendss vrouw Rachel Fuller en zijn drie kinderen.
Grote neus
"Toen er een journalist voor mijn deur stond, zei ik 'I'm fucked'. 'Nee', zei die, 'alles komt in orde'. Maar hoe? Het hele incident was het nieuwsitem van de dag en het voelde aan als een lynchpartij. Niemand leek de waarheid te willen achterhalen. Ergens las ik zelfs dat ik wel een pedofiel moest zijn omdat ik een grote neus heb".
Zelf slachtoffer geweest
Townshend verklaart voorts dat zijn verlangen om slachtoffers van seksueel misbruik te helpen, stamt uit een incident met zijn oma Denny, bij wie hij inwoonde en die een vrouw van bedenkelijke moraal was.
"Ik mocht geen slot op mijn deur hebben, dat was een verschrikking. Ze had een kerel die op Adolf Hitler leek, met een kleine snor, zijn haar naar één kant gekamd en een lamme arm. Die nam me op zijn schoot en ik moest hem 'nonkel' noemen. Ik verklaar niet dat ik seksueel misbruikt ben omdat het me goed zou uitkomen daarmee te verklaren waarom ik zo... gecompliceerd ben. Maar ik wil ook niet ontkennen wat me is overkomen. Niet dat ik brutaal verkracht ben, maar het waren wel akelige momenten".
In de rockopera 'Tommy' schreef Townshend songs over bovenstaand incident.