Steeds meer Afghanen slaan op de vlucht voor geweld
Het aanhoudende geweld in verschillende delen van Afghanistan heeft dit jaar al 400.000 mensen op de vlucht gedreven. Dat blijkt uit een vandaag verspreide mededeling van de Verenigde Naties. Het aantal ligt een pak hoger dan de 250.000 vluchtelingen, waar de VN bij het begin van 2016 rekening mee hadden gehouden. Bij een zelfmoordaanslag op een bijeenkomst van stamoudsten in de oostelijke provincie Nangarhar zijn vandaag nog zeker zes doden gevallen en zes anderen gewond geraakt.
De VN telden exact 411.327 vluchtelingen die hun woonplaats zijn ontvlucht en die zich nu als ontheemden binnen de Afghaanse grenzen bevinden. De meeste van die mensen zijn afkomstig uit dorpen in de noordelijke provincies Kunduz en Baghlan en uit de zuidelijke provincies Helmand en Uruzgan.
Eén op de vijf interne vluchtelingen heeft zich gevestigd in gebieden die nauwelijks toegankelijk zijn voor medewerkers van humanitaire organisaties, zo wordt nog meegedeeld.
De stijging van het aantal vluchtelingen wordt in de eerste plaats toegeschreven aan de jihadistische taliban, die vooral in Kunduz en Helmand de aanvallen drastisch hebben opgevoerd.
De aanlag van vandaag vond plaats in het Pachirwagam-district van de provincie Nangarhar. Daar hebben gevechten met strijders van terreurgroep Islamitische Staat (IS) de voorbije week tot zeker tien burgerdoden geleid, sommige bronnen spreken zelfs van dertig doden. Volgens de autoriteiten gingen de IS-militanten daarbij driest te werk: ze plunderden huizen en staken ze in brand.