Het alternatief voor BMI: ABSI
Wetenschappers zijn het al jaren eens dat BMI (of Body Mass Index), de maatstaf voor overgewicht, zijn fouten vertoont. Er is een nieuwe maat in wording: ABSI, wat staat voor A Body Shape Index. Deze maat houdt meer rekening met lichaamsvorm dan met puur gewicht of vetgehalte. Enig probleem: de maat is nog niet grondig getest.
ABSI werd ontwikkeld na analyse van 14.100 niet-zwangere Amerikanen die tussen 1999 en 2004 hadden deelgenomen aan de gezondheidsenquête. Zowel BMI als ABSI werden gerelateerd aan de mortaliteitscijfers. Hoge sterftecijfers waren vooral gecorreleerd met hoge ABSI- en BMI-cijfers maar ook met lage BMI-cijfers. ABSI daarentegen voorspelde een vroegtijdige dood beter, onafhankelijk van factoren zoals leeftijd, seks, etniciteit en rokers.
Het was al langer bekend dat slank zijn geen garantie is dat je gezond bent. Anderzijds zijn er mensen volgens de BMI-cijfers te dik (omdat ze bijvoorbeeld erg groot of klein zijn), of zijn er mensen met overgewicht die toch fit en gezond zijn. Of wat men iemand met magere armen en benen, of een dikke buik? Volgens het BMI kan een 'normaal' gewicht hebben, terwijl buikvet het ongezondst is van allemaal.
"BMI houdt totaal geen rekening met de verhouding tussen spiermassa en vetweefsel, laat staan met dikke botten of de plek waar vet zich in je lichaam ophoopt", bekritiseert Sue Baic, een diëtiste van de universiteit van Bristol.
Het BMI-cijfer is de verhouding tussen gewicht en het kwadraat van je lengte in meter, ABSI voegt daar een dimensie aan toe: je tailleomtrek.
Eén voordeel aan BMI: het is gemakkelijk te berekenen. ABSI is niet zo gemakkelijk te berekenen: de taillelengte in centimeters moet gedeeld worden door de vierkantswortel van je lengte, vermenigvuldigd door de derdemachtswortel van je BMI. Nou moe! Gelukkig bestaan er al websites die de berekening in jouw plaats maken.
Omdat de formule zo gecompliceerd is, zal BMI waarschijnlijk niet snel verdwijnen: als (onnauwkeurige) maatstaf zal hij blijven gebruikt worden. Diëtisten zullen waarschijnlijk de fijnere maatstaf gebruiken.
"BMI is eerder een vertaling van lichaamsgewicht en dus 'zwaarte', terwijl ABSI de lichaamsvorm meet, dus de rondheid van het lichaam", legt onderzoeker Nir Krakauer uit aan ABC news.
Hij ziet het rooskleurig in: "Ik verwacht dat in de toekomst eerder aanbevelingen op basis van ABSI, omdat de maat beter is als gezondheidsindicator. Een hoge ABSI wijst erop dat men een ongezonde lichaamsvorm heeft, terwijl het gewicht en de tailleomtrek wel binnen de normale grenzen vallen. Deze mensen kunnen profiteren van levensstijlaanpassingen, terwijl ze zich nu van geen kwaad bewust zijn."
Kraukauer heeft vertrouwen in zijn maat, maar ze moet nog grondig klinisch getest worden.