Dit zegt de wetenschap over de nucleaire test van Noord-Korea
Een "geslaagde test van een waterstofbom" in Noord-Korea veroorzaakte gisteren een schokgolf in de wereld. Indien de bewering van Noord-Korea klopt, zou het land daarmee een uiterst krachtig en geavanceerd wapen in huis hebben. Maar nagaan of het wel degelijk om een waterstofbom gaat, blijkt moeilijk. De wetenschapssite ScienceNews ging na wat experten tot dusver konden uitdokteren, en welke vragen voorlopig onbeantwoord blijven.
1. Geen natuurlijke oorzaak
Seismometers registreerden een schok met een magnitude van 5.1 op de schaal van Richter. Wetenschappers sluiten uit dat de beving een natuurlijke oorzaak had.
Een natuurlijke aardbeving ontstaat wanneer aardplaten over elkaar schuiven en er zo in een korte tijd veel energie vrijkomt. De seismische activiteit wordt gevoeld in een ruim gebied. Een nucleaire ontploffing kan daarentegen teruggebracht worden tot één locatie.
Een tweede verschil is dat een natuurlijke beving rustig start en dan in kracht toeneemt, terwijl een kunstmatige ontploffing gekenmerkt wordt door een intense knal die nadien wegebt.
Natuurlijke bevingen beginnen ook rustig, en nemen dan tot tot hun volle kracht. Kunstmatige ontploffingen daarentegen, beginnen sterk en sterven dan uit. Daarnaast ontstond de beving dichtbij het aardoppervlak, terwijl de meeste sterke aardbevingen van dieper komen.
Een natuurlijke aardbeving wordt gevoeld in een ruim gebied, terwijl een nucleaire ontploffing teruggebracht kan worden tot één locatie
2. Waarschijnlijk een nucleaire explosie
Nucleaire bommen veroorzaken een veel grotere knal dan andere explosieven. Een eerdere nucleaire test van Noord-Korea, in 2013, genereerde evenveel energie als de ontploffing van 6 tot 9 kiloton TNT. Ter vergelijking: de grootste bomexplosie tot de komst van nucleaire wapens, de explosie van Halifax in Nova Scotia in 1917, genereerde een equivalent van niet meer dan 2,9 kiloton TNT.
3. Ontploffing op nucleaire testsite
Zoals gezegd kan een kunstmatige explosie teruggebracht worden tot één locatie. Door de tijd te meten die de seismische golven nodig hadden om vanaf de ontploffingssite verschillende meetpunten te bereiken, konden seismologen de bron van de ontploffing lokaliseren: het kernwapentestgebied Punggye-ri, waar het land ook in 2006, 2009 en 2013 al nucleaire tests uitvoerde.
4. Wellicht geen succesvolle waterstofbomtest
Noord-Korea mag dan beweren dat het met succes een waterstofbom heeft getest, veel bewijs wijst in de andere richting, zeggen experten.
H-bommen zijn veel krachtiger dan de plutoniumbommen die Noord-Korea in het verleden testte. Die eerdere atoombommen halen hun energie uit de kernsplijting van atomen. Een waterstofbom smelt waterstofatomen samen voor energie, maar om die kernfusie op gang te brengen is een tweede bom op basis van kernsplijting nodig.
De explosie van een H-bom bestaat dus uit twee stadia, wat leidt tot een veel krachtiger ontploffing. De recente test in Noord-Korea genereerde echter een explosie die vergelijkbaar was met die van 2013. Een waterstofbom zou volgens experten een knal van minstens tien keer zo sterk veroorzaakt moeten hebben.
De relatief zwakke ontploffing doet vermoeden dat de Noord-Koreaanse overheid de kracht van haar bom overschat heeft, of dat de bom zichzelf vernietigde voor de tweede fase in werking trad.
Een waterstofbom zou volgens experten een knal van minstens tien keer zo sterk veroorzaakt moeten hebben
5. H-bom is niet uit te sluiten
Met zekerheid is dat voorlopig echter niet te zeggen. De Verenigde Staten en enkele andere landen zijn met vliegtuigen aan de grens van Noord-Korea op zoek naar radioactief puin in de lucht. Radioactieve isotopen in het puin zouden kunnen helpen om te bepalen of het van kernfusie of kernsplijting afkomstig is.
Maar omdat Noord-Korea de bom ondergrond tot ontploffing bracht, is de kans klein dat er in de lucht puin gevonden zal worden. Ook na de test in 2009 slaagden onderzoekers er niet in radioactief afval te vinden.
Het is daarnaast mogelijk dat het land een waterstofbom testte die er volgens de strikte definitie niet echt een is. Mogelijk ging het om een bom die, naast de eerste fase van kernsplijting van uranium of plutonium, een weinig waterstof bevatte. Dit soort bom zou resulteren in een minder krachtige explosie dan bij een volwaardige waterstofbom.