Londen steekt in een nieuw kleedje voor de Spelen
Niemand maakt zich zorgen wanneer een wereldstad als Londen de Olympische Spelen mag organiseren. De site is eenvoudig gebleven en in de stad gaat het leven door. Wij gingen al eens een kijkje nemen in de stad en in het olympisch dorp.
Op Trafalgar Square tikken de minuten weg naar de openingsceremonie. Een groot bord leert ons dat we nog meer dan 150 dagen te gaan hebben. Aan de menigte op het beroemde plein met het standbeeld van Lord Nelson valt weinig verschil te merken met een doodnormale dag in Londen. Het toerisme gaat z'n gewone gang en we moet echt zoeken om de olympische sfeer nu al op te snuiven. Toch valt het op dat de stad zich op iets groots aan het voorbereiden is. Het is haast onmogelijk om twee straten door te lopen zonder op grote werken te stuiten. En natuurlijk moeten ze allemaal dit voorjaar afgerond worden. Londen is een grote bouwwerf en de tijdsdruk voor de aannemers moet immens zijn. Wie dacht de Britse hoofdstad ooit helemaal te hebben gezien, zou na de Spelen gerust een nieuwe trip kunnen plannen.
Trots is een begrip dat we om de vier jaar zien terugkeren als een stad de Olympische Spelen organiseert. Het is al lang geen sportevenement meer, de Spelen zijn publiciteit en iedere cent moet in de jaren nadien dubbel worden terugverdiend. Ook dat is intussen niet simpel meer, aangezien de lat altijd hoger wordt gelegd. In 1984 gebruikte Los Angeles nog hoofdzakelijk bestaande sportarena's, waardoor de stad aardig wat winst maakte. Doortochten langs Barcelona, Atlanta, Sydney en Athene maakten van de Spelen meer dan ooit een gigantisch mondiaal evenement. In 2008 deed Peking er nog een schepje bovenop met één van de meest indrukwekkende openingsceremonies ooit. Die trots zit er bij de Britten van nature al in gebakken en dus moet Londen er perfect uitzien om de wereld te ontvangen.
Zelfs buiten het centrum van de stad ontsnap ik niet aan de facelift die Londen ondergaat. Niet dat de stad haar typische karakter dreigt te verliezen, het is eerder een enorme opsmukbeurt om de indrukwekkende geschiedenis van Londen in de verf te zetten. Ook in bijvoorbeeld Greenwich zijn arbeiders naarstig aan het boren, timmeren en schilderen. De Spelen zelf worden maar voor een klein stukje in het centrum van de stad gehouden. Beachvolley is één van de weinige sporten waarvoor we echt in het hart van Londen moeten zijn. De Londenaars vinden het maar niks, want in juni moet de hele route naar Buckingham Palace afgesloten worden. Niet alleen voor de Spelen van een maand later, maar ook voor de festiviteiten rond het diamanten jubileum van Queen Elizabeth II op de Britse troon. Terwijl de wachters van het paleis hun traditionele wissel uitvoeren, zijn schilders de lantaarnpalen een nieuw kleurtje aan het geven. Het valt op hoeveel politie overal op de been is, want ook zij moeten de kans krijgen te trainen.
Voor de echte olympische sfeer moeten we naar de site waar de Spelen hoofdzakelijk zullen worden gehouden. Daarvoor neem ik de beroemde 'Tube' of 'Underground' naar Stratford. Geen donker ondergronds station, maar een moderne stopplaats waar de metro bovengronds halt houdt. Als het centrum van Londen al op een bouwwerf leek, dan is de olympische site één van de grootste werven die ik ooit gezien heb. Je zou vermoeden dat alles achter de schermen gebeurt, maar niets is minder waar. Er werd immers al een gigantisch winkelcentrum neergeplant dat recht op de olympische site uitloopt. Het is het grootste winkelcentrum van Europa en binnen wemelt het al van de activiteit. Langs een zijdeur glip ik naar buiten waar het hoofdstadion opdoemt. Hier zal op 27 juli de openingsceremonie van de Spelen gehouden worden. Het is niet mogelijk om te zien wat er achter de muren van het stadion ligt, maar rond het complex lijkt alles bijna klaar. Het stadion ziet eigenlijk wel uit zoals de meeste moderne sportarena's, de Britten hebben zich niet door futuristische droombeelden laten leiden.
Een taxichauffeur neemt me mee op een ritje door de rest van het olympisch dorp. De verblijfplaatsen van de atleten ogen niet spectaculair, maar dat is zelden het geval. Een grote blok flats zal gebruikt worden om hen enkele weken te huisvesten, waarna alles met de grond wordt gelijkgemaakt. "Enkele jaren geleden stond hier nog niks", zegt de taxichauffeur, terwijl hij met zijn hand de omvang van de oppervlakte duidelijk maakt. Meer zelfs, de grond van de site was vroeger vervuild, maar voor de Spelen werd het hele gebied gesaneerd. Na 2012 moet dit het grootste park van de stad worden. Toeristen zullen er dus een trekpleister bij krijgen. Tussen de gebouwen oogt de omgeving kaal en allesbehalve fraai. Het hele complex lijkt weinig vernieuwing te bieden op de Spelen van de voorbije tien jaar, maar dat hoeft natuurlijk niet. Over enkele maanden zal de huidige werf onberispelijk zijn, net als de rest van de stad.
Ver weg van de meeste hotels zullen de Spelen dagelijks een massale uittocht veroorzaken. Veel parking is er niet voorzien, aangezien de stad hoopt dat het publiek het openbaar vervoer zal gebruiken. Londen claimt immers - zoals de meeste organiserende steden - de groenste Spelen ooit te zullen organiseren. "Ik denk dat het allemaal nog zal meevallen", legt de taxichauffeur uit. "Het gebeurt wel vaker dat de stad meerdere evenementen op één avond organiseert, zoals voetbal en concerten. Dat is altijd goed afgelopen." De man is dagelijks getuige van de goed geoliede machine die Londen is. Terwijl de meeste toeristen in de wolken zijn over de metro in de stad, gaan de Londenaars al klagen als ze twee minuten moeten wachten. Langer duurt het immers zelden voor de ondergrondse treindiensten je komen oppikken. Mijn rit van het centrum (Waterloo Station) naar de olympische site (Stratford) duurde ongeveer twintig minuten. Bij de minste twijfel staan personeel en politie al te popelen om iedereen de weg te wijzen.
De inwoners van Londen willen de drukte rond het grootste evenement ooit in hun stad liever ontwijken. "Ik heb deze zomer een huisje gehuurd in Norfolk en daar zal ik alles op televisie volgen", zegt een inwoonster van Oost-Londen, die nochtans een grote fan van de Spelen claimt te zijn. Veel Londenaars verlaten de stad niet alleen voor de drukte, ze beseffen dat ze een flink duit kunnen verdienen door hun woning te verhuren. Hoe dichter bij de site, hoe meer geld er vermoedelijk te rapen valt. De omgeving van het dorp bestaat vooral uit eerder armzalige huisjes. In tegenstelling tot de zakenlui van Londen zorgt de lokale pub voor de inwoners voor de enige vorm van ontspanning tussen de werkweken door. De meeste mensen beseffen nauwelijks dat hun regio in de toekomst veel meer toeristen over de vloer zal krijgen.
Londen zelf ligt er ook nog niet wakker van. In het British Museum stuit ik op een zeldzame referentie naar de Spelen. De officiële medailles worden er gratis aan het publiek getoond. De rest van de ruimte is nog kaal, vermoedelijk om er tegen juni een grote tentoonstelling over de geschiedenis van de Spelen te houden. Zelfs het beroemdste museum van Londen is tegenwoordig een bouwwerf geworden. Niet dat de bezoeker er veel hinder van ondervindt, maar het museum werkt aan een gloednieuwe vleugel.
Op de terugweg begin ik te beseffen wat een onderneming het voor het voor de veiligheidsdiensten moet zijn om deze enorme stad te vrijwaren van aanslagen, terwijl de hele wereld toekijkt. In de trein naar Brussel lees ik in het nieuwste boek van auteur James Patterson wat er gebeurt als het toch zou mislopen. Aanslagen op atleten, een hele stad die in de angst leeft dat de Spelen moeten worden afgelast. Het moeten stresserende maanden zijn voor wie de leiding heeft over beveiligingsoperaties. Maar het boek is natuurlijk fictie en we mogen alle vertrouwen hebben in Londen als organiserende stad. Over enkele maanden keren we terug, want dan zal de Britse hoofdstad voor de zoveelste keer geschiedenis schrijven.