GO!-onderwijs heeft minste leerlingen per leerkracht
Dit schooljaar is er in het gemeenschapsonderwijs één voltijdse leerkracht aan het werk voor 15 kleuters en 15,6 leerlingen van het lager onderwijs. In het officieel gesubsidieerd onderwijs is dat respectievelijk één leerkracht voor 16 en 16,6 leerlingen en in het vrij onderwijs één leerkracht voor 16,3 en 17 leerlingen. Dat blijkt uit het antwoord van Onderwijsminister Pascal Smet op een schriftelijke vraag van Jos De Meyer (CD&V).
Het aantal kleuters en leerlingen van het lager onderwijs per leerkracht lag de voorbije schooljaren in alle netten telkens een stuk hoger dan nu, maar dit is het gevolg van een nieuwe berekeningswijze die sinds dit schooljaar gehanteerd wordt. Het aantal leerlingen per leerkracht bleef in de periode 2009-2010 tot 2011-2012 overigens vrij constant. Wat het kleuteronderwijs betreft was er over alle netten heen een lichte stijging van 17,8 tot 17,9 kleuters per leerkracht. In het lager onderwijs bleef dit constant op 17 leerlingen.
In het kleuteronderwijs daalde het aantal voltijdse equivalente kinderverzorgsters in verhouding tot het aantal kleuters. Het aantal kleuters per kinderverzorgster steeg over alle netten heen van 370,4 in het schooljaar 2009-2010 tot 386,5 nu.
In het gemeenschapsonderwijs zijn verhoudingsgewijs ook meer kinderverzorgsters aanwezig. Dit schooljaar is er in het gemeenschapsonderwijs één kinderverzorgster per 346,2 kleuters, in het vrij onderwijs was dat één per 393,1 kleuters en in het officieel gesubsidieerd onderwijs (gemeente- en provinciescholen) één per 397,9 kleuters.