Specialisatieopleidingen geneeskunde KU Leuven, UGent en UA voldoen niet
De dertig specialisatieopleidingen voor artsen die de Vlaamse faculteiten geneeskunde van de KU Leuven, UGent en UA organiseren, dreigen een negatieve beoordeling te krijgen. Ze vinden dat onterecht, schrijft De Standaard.
Alleen de kleinste opleider, de VUB, ontsnapt daaraan. Als de drie groten een verbeterplan indienen, kunnen ze nog aan een voorlopige accreditatie geraken voor drie jaar, zo niet moeten ze in september de boeken sluiten. Dat wordt officieel bekend op 16 mei.
De zwaarste verwijten van de visitatiecommissie die deze opleidingen doorlichtte, slaan op de arbeidsomstandigheden waarin de specialisten in opleiding vaak moeten werken, op de gebrekkige docentenscholing en op het feit dat de student zelf zijn "opleidingsportfolio" nauwelijks kan managen. De dominantie van het aloude meester-leerlingmodel speelt daarin een grote rol.
De drie geviseerde universiteiten vinden het negatieve oordeel onterecht en verdedigen zich met de stelling dat de commissie zich te veel baseert op het "Maastrichtse model". Volgens dat model stuurt de student met grote zelfstandigheid zijn eigen opleiding, terwijl "het Vlaamse model het goede van het meester-leerlingmodel bewaart". Ze voeren ook aan dat hun opleidingen al beoordeeld werden terwijl ze nog in volle ontwikkeling waren.
De verschillende organisaties die betrokken zijn bij de beoordeling, zwijgen tot 16 mei. Ook de Vlaamse minister van Onderwijs weet officieel niets. Pascal Smet (sp.a): "Dat de politiek niet kan interveniëren, is essentieel in een onafhankelijke kwaliteitszorg."
Tevreden
De Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS) is tevreden dat de Vlaamse universiteiten "de verkeerde toer zijn opgegaan" en het Maastrichtmodel niet volgen voor hun specialistenopleidingen. Dat zegt voorzitter Marc Moens.
"Het nieuwe systeem van de ManaMa (master-na-master-opleiding) heeft een verkeerde aanpak", zegt Moens. "Naast de praktijkervaring die studenten moeten verwerken, moeten ze er ook een hele boel theoretische ballast bijnemen." De voorzitter benadrukt dat een assistent wel een academisch artikel moet kunnen schrijven, maar dat dat de praktijk het belangrijkste blijft. "Na een opleiding van zes jaar hebben studenten een beroepsopleiding nodig, en daarvoor werkt het meester-leerling model goed."
"Het is niet omdat de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie niet tevreden is met de manier waarop de universiteiten hun opleidingen organiseren, dat wij slechte specialisten afleveren", benadrukt Moens. "De Vlaamse artsen worden internationaal erg gewaardeerd."
Volgens Moens steunt de academische wereld het zogenaamde Maastrichtmodel vooral omdat de assistenten in opleiding gefinancierd worden. "Het staat nergens in de Belgische wetgeving dat de universiteiten een ManaMa moeten organiseren voor assistenten, en de opleidingen worden nog steeds erkend door de Belgische overheid." Het is dan ook "flauwe kul dat de universiteiten geen artsen-specialisten meer zouden mogen opleiden", zegt hij. "Als assistenten na hun opleiding van 6 jaar een diploma hebben en een praktijkopleiding volgen, zoals dat vroeger het geval was, zouden ze even goed kunnen afstuderen als specialisten."