"Te laag niveau? Schuld niet bij leerkrachten leggen"
Onze leerkrachten zijn zeker niet behoudsgezind, ze staan open voor vernieuwingen. De kwaliteit van de instroom voor onderwijsrichtingen kan wel verbeterd worden, maar dan moet het beroep van leerkracht aantrekkelijker worden gemaakt. Dat zegt Raymonda Verdyck, afgevaardigd bestuurder van GO!, het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, in een reactie op de uitlatingen van gewezen KU Leuven-rector André Oosterlinck vandaag in De Tijd.
"De gemiddelde leraar is behoudsgezind en heeft een te laag intellectueel niveau", zei André Oosterlinck, de voorzitter van de Associatie KU Leuven, in de krant.
"Met de bewering over de behoudsgezindheid van het lerarenkorps ben ik het niet eens", reageert Raymonda Verdyck, topvrouw van GO!, naar een reactie gevraagd door Belga. "Op het einde van het vorige schooljaar hebben we bij GO! een bevraging gehouden onder ons personeel. 11.000 van de 35.000 werknemers namen eraan deel. Daaruit bleek dat de GO!-leerkrachten wel degelijk vooruit willen, dat ze willen meezoeken naar oplossingen voor het onderwijs en dat ze hervorming van het onderwijs wel degelijk nodig vinden."
De andere uitspraak - over het te lage intellectuele niveau van de hedendaagse leerkracht - vindt de topvrouw van GO! "te kort door de bocht".
"Instroom kan beter"
"De instroom van kandidaat-leekrachten kan beter. De keuze voor het onderwijs is vaak niet de eerste keuze, en dat is jammer, maar om betere studenten aan te trekken, moet ook het beroep van leerkracht aantrekkelijker worden gemaakt. Bovendien primeert in de opleiding vandaag de vakdidactische inhoud. Dat zou wat breder mogen. Differentiatie in dat opzicht zouden wij toejuichen." Of de onderwijsopleidingen dan universitair moeten worden, laat Verdyck in het midden.
Patriek Delbaere, algemeen directeur van het Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap vzw, vindt de manier waarop Oosterlinck de problematiek voorstelt "wel héél scherp gesteld". Hij vindt dat de schuld niet bij de leerkrachten mag gelegd worden. "Als we een ander soort leekrachten willen, moeten de onderwijswerkgevers en de beleidsmensen ervoor zorgen dat die er kunnen komen", zegt Patriek Delbaere, algemeen directeur van OVSG.
"Debat nog lang niet afgerond"
"Er zijn nog heel veel goede leerkrachten in onze scholen", merkt Delbaere op. "Maar de onderwijsverstrekkers en de beleidsmensen moeten zich afvragen of de onderwijsopleidingen niet moeten versterkt worden, of de status van het ambt niet moet worden opgekrikt en of er niet wat meer werk moet gemaakt worden van permanente opleiding."
Volgens de OVSG werden op die vlakken al waardevolle voorzetten gegeven in het loopbaandebat. "Dat debat is opgestart, maar nog lang niet afgerond, en het zal aan de Vlaamse regering toekomen om de doelstellingen van dat debat vorm te geven, namelijk dat we excellente leerkrachten krijgen en dat we ze ook behouden. Het leraarschap moet weer eerste keuze worden bij wie zich inschrijft voor een onderwijsopleiding."
Als we een ander soort leekrachten willen, moeten de onderwijswerkgevers en de beleidsmensen ervoor zorgen dat die er kunnen komen.
Bindende toelatingsproef
Zowel Jos Vanderhoeven, secretaris-generaal van de Christelijke Onderwijscentrale (COC), als Marnix Heyndrickx, secretaris-coördinator VSOA Onderwijs, erkennen dat er pijnpunten zijn bij de instroom en de ondersteuning van leerkrachten. Los van de vraag of de lerarenopleiding universitair moet worden, pleit de COC voor het organiseren van een toelatingsproef die bindend moet zijn.
De COC ziet in het organiseren van een bindende toelatingsproef een stap om de kwaliteit van de instroom te verhogen. Zo wordt voorafgaand bewijs geleverd van een inhoudelijk, zekere kennis én de motivatie van de kandidaten. Die toelatingssproef moet bindend zijn, benadrukt de COC-verantwoordelijke.
Een hoger niveau van de lerarenopleiding impliceert ook dat lesgeven en kennisoverdracht weer dé kerntaak van het onderwijs moet worden, oppert Marnix Heyndrickx van VSOA Onderwijs. Administratie en juridisering zijn een steeds groter wordend probleem in de onderwijswereld. Daardoor is de leerkracht een ambtenaar geworden die lijdt aan het "aanvinksyndroom", wat haaks staat op de ambitie om het beroep van leerkracht aantrekkelijk te maken.
"Zo slecht zal het wel niet zijn"
Ook Mieke Van Hecke, topvrouw van het katholiek onderwijs, is het niet eens met Oosterlinck. "Ik ben erg boos over deze stigmatisering door Oosterlinck van onze leerkrachten en van onze docenten van de lerarenopleidingen", zegt Van Hecke. "Volgens de OESO-rapporten scoort ons land overigens nog altijd heel goed, dus zo slecht zal het wel niet zijn", voegt ze er ironisch aan toe.
Anderzijds erkent de topvrouw van het katholiek onderwijs dat er knelpunten zijn. "Vele jonge leerkrachten haken af. Dat moet ons tot nadenken stemmen. Er heerst een sfeertje van 'Probeer eerst unief. Volg filologie. Als dat niet lukt kun je nog voor het regentaat gaan'. Da's niet goed", vindt Van Hecke.
Tegenover de nadruk op het cognitieve door Oosterlinck, stelt Van Hecke "dat er nog andere competenties zijn, zoals leerstof overbrengen bij kinderen, die minstens zo belangrijk zijn", en "Iedereen master maken zal niet de oplossing zijn", vindt Van Hecke. "Er moet ondersteuning komen voor de leerkracht om gedifferentieerd te werken. Dat kan via team-teaching. Voor bepaalde problematieken kan de leerkracht dan terugvallen op collega's met specifieke deskundigheid."
Iedereen master maken zal niet de oplossing zijn.