“Zorgwekkend”: meisjes scoren opnieuw slechter in wiskunde dan jongens
Het wiskundeniveau van meisjes is de voorbije jaren opnieuw achteruitgegaan in vergelijking met dat van jongens. Dat blijkt uit een onderzoek van Unesco, onderdeel van de Verenigde Naties. Het aantal landen waar jongens beter scoren dan meisjes, lag in 2023 zelfs hoger dan op eender welk moment in de voorbije dertig jaar.
“Die trend is zorgwekkend”, waarschuwt de VN‑organisatie voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. Historisch gezien scoren meisjes minder goed in wiskunde dan jongens. Tussen 2000 en 2010 was de kloof nochtans kleiner geworden, maar sinds 2019 is de trend opnieuw gekeerd. In 2023 scoren in 81 procent van de landen jongens beter dan meisjes op het einde van de lagere school. Ter vergelijking: in 2019 ging het om 52 procent, en in 2003 om 26 procent.
“Wiskundevaardigheden zijn essentieel, niet alleen om economische en sociale ontwikkeling te stimuleren, maar ook om innovatie te bevorderen en oplossingen te vinden voor dringende mondiale problemen”, klinkt het.
Unesco voerde de analyse uit samen met de International Association for the Evaluation of Educational Achievement (IEA), op basis van gegevens uit het internationale TIMSS-onderzoek. Daarbij werden resultaten geanalyseerd uit 47 landen in het lager onderwijs en uit 38 landen in de eerste jaren van het secundair onderwijs, verzameld tussen 1995 en 2023.
Schoolsluiting
Ook in het secundair onderwijs blijft de trend zorgwekkend, al is het verschil daar voorlopig minder uitgesproken. Volgens Unesco en de IEA is de achteruitgang grotendeels te wijten aan de coronacrisis. Door de langdurige schoolsluitingen zijn de leerachterstanden in wiskunde vergroot, wat de motivatie en het zelfvertrouwen van meisjes heeft aangetast. Beide organisaties pleiten daarom voor gerichte maatregelen in het basisonderwijs.