Partnergeweld neemt voor het eerst in zeven jaar af
Voor het eerst in zeven jaar telt de federale politie minder aangiftes van partnergeweld dan het jaar voordien. Dat schrijft De Standaard vandaag.
In 2012 werden 20.263 aangiftes gedaan van fysieke mishandeling tussen partners. Dat waren er 8 procent minder dan in 2011. Ook van psychisch geweld waren er 8 procent minder meldingen (19.530). Het aantal aangiftes van seksueel en economisch partnergeweld nam ook af met respectievelijk 8 en zelfs 20 procent, maar daarvan zijn er veel minder meldingen. De voorgaande jaren was, voor alle soorten partnergeweld, het aantal aangiftes voortdurend gestegen.
De daling van het aantal aangiftes weerspiegelt volgens Marijke Weewauters van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) ook een daling van het aantal gevallen van partnergeweld. "Dat is te danken aan de bijsturing van het beleid de voorbije jaren, die haar vruchten begint af te werpen", zegt Weewauters.
Betere opvolging
Geweld stopt volgens het IGVM niet vanzelf. "Er zijn de voorbije jaren regelmatig sensibiliseringscampagnes gevoerd rond partnergeweld. Maar er is vooral ook werk gemaakt van een betere opvolging. De Centra voor Algemeen Welzijnswerk en andere hulpverleners ondersteunen nu koppels die in aanraking kwamen met partnergeweld. Bovendien worden klachten binnen eenzelfde gezin gebundeld in één dossier, waardoor ze beter opgevolgd worden."
Sinds 2006 zijn er nieuwe richtlijnen over hoe politie en magistratuur partnergeweld moeten aanpakken. Wanneer iemand aangifte doet van partnergeweld of wanneer de politie tussenbeide komt, wordt het slachtoffer onmiddellijk hulp aangeboden van gespecialiseerde diensten. De dader wordt gevraagd of hij (of zij) een speciaal begeleidingsprogramma wil volgen. Een speciale magistraat treedt op als contactpersoon tussen de politie, de hulpdiensten en het gerecht.