"Baetes had niet de tijd om de feiten te plegen"
De advocaten van Urie Baetes (37) uit Mechelen hebben op de eerste dag van zijn assisenproces al meteen hun kaarten op tafel gelegd. Zij pleiten onschuldig en wel omwille van de simpele reden dat hun cliënt niet de tijd had om de roofmoord op Mia Schoovaerts (74) te plegen. De vrouw werd op 30 januari 2007 een vijftiental keer met een hard voorwerp op het hoofd geslagen en beroofd van minstens 49.750 euro in haar appartement aan de Zelestraat in Mechelen.
Het openbaar ministerie stak van wal met de voorlezing van de 63 pagina's tellende akte van beschuldiging, waarin het de feiten beschreef en de aanwijzingen van schuld tegen Baetes uiteenzette. Daarna kreeg de verdediging de kans om daarop te reageren. "De akte is een degelijk werkstuk, maar laat u niet verblinden door die vloedgolf aan elementen en details of door de psychische problemen van onze cliënt", waarschuwde advocaat Vic Van Aelst de jury. "De kern van de zaak is namelijk de vraag of hij die vrouw vermoord heeft met de bedoeling om haar geld te stelen en dan vooral of hij daartoe de mogelijkheid had."
Apotheker
Van Aelst voerde aan dat Schoovaerts op de dag van de feiten om 16.30 uur nog leefde. Een kwartier later werd ze in een plas bloed in de gemeenschappelijke traphal van haar appartementsgebouw aangetroffen. Baetes kan bewijzen dat hij om 16.41 uur bij de apotheek aan het afrekenen was, waar hij een boodschap voor het slachtoffer had gedaan.
Bloed
"Kan hij de feiten op die 11 minuten gepleegd hebben? En waarom zou hij dat in de traphal doen als hij de sleutel van haar appartement had? Als hij de feiten pleegde, had hij ook vol bloed moeten hangen, maar bij de apotheek en nog later bij de dokter had niemand daar iets van gemerkt." De advocaat vroeg de jury om die bedenkingen tijdens het proces in het achterhoofd te houden.