Commissie erkent Belgische verantwoordelijkheid voor Jodenvervolging
De Senaatscommissie Institutionele Aangelegenheden heeft unaniem ingestemd met een resolutie waarin de verantwoordelijkheid van de Belgische overheden voor de Jodenvervolging in België erkend wordt. De Senaat vraagt de regering onder meer de mogelijkheid te onderzoeken om het statuut van 'gedeporteerde om racistische redenen' en van 'wees van de Shoah' te erkennen.
De resolutie baseert zich op het onderzoek van het SOMA van 2007, op vraag van de Senaat, die tot het besluit kwam dat "de Belgische overheid een gewillige houding aangenomen heeft door op zeer diverse en cruciale terreinen een voor een democratie onwaardige medewerking te verlenen aan een voor de Joodse (vreemdelingen-)bevolking desastreuze politiek". Het is een sluitstuk van een proces dat in 2003 is opgestart, brengt Senaatsvoorzitster Sabine de Bethune in herinnering.
In de resolutie schaart de Senaat zich hierachter en stelt ze dat onderricht over de Shoah een belangrijk antidotum is tegen fanatisme en het extreem-rechts gedachtengoed.
De tekst vraagt de regering de aanvragen tot erkenning of herstel, die ingevolge het eindverslag van het SOMA werden ingediend, te behandelen en te onderzoeken of het statuut van 'gedeporteerde om racistische redenen' en van 'wees van de Shoah' te erkennen. Voorts willen de senatoren dat de studie van het SOMA bij een zo breed mogelijk publiek bekend gemaakt wordt en vragen ze de gemeenschappen om nieuwe pedagogische instrumenten te ontwikkelen opdat de leerkrachten de leerlingen kunnen laten kennismaken "met deze duistere periode uit onze geschiedenis".
"Dit is een historisch gebeuren: de Senaat erkent hiermee meer dan 65 jaar na de oorlog de betrokkenheid van de Belgische overheden voor het deporteren van Joden naar uitroeiingscentra zoals Auschwitz", stelt Sabine de Bethune. "Ook erkent de Senaat principieel de status van de betrokkenen als 'gedeporteerde om racistische redenen en wees van de Shoah'."