D'Hondt nam conflict tussen rechters in Fortis-zaak niet serieus
Hans D'Hondt, de kabinetschef van ex-premier Yves Leterme, heeft de informatie die hij op 11 december van Jan De Groof kreeg over de problemen bij de 18de kamer van het Brusselse hof van beroep niet echt ernstig genomen en ook niet gebruikt om betrokkenen in het dossier te informeren.
Dat heeft D'Hondt in de Fortis-onderzoekscommissie verklaard. Hij heeft naar eigen zeggen tijdens de procedure in eerste aanleg ook nooit de bedoeling gehad om het gerecht te beïnvloeden.
Telefoontjes
De telefoontjes die D'Hondt op 11 en 12 december kreeg van Jan De Groof spelen een belangrijke rol in het verhaal rond de mogelijke politieke beïnvloeding van het gerecht in het Fortis-proces.
De Groof is de echtgenoot van rechter Christine Schurmans, één van de drie rechters die zich in beroep dienden uit te spreken over de verkoop van Fortis. Zij had in het dossier een andere mening en viel in conflict met de twee andere rechters. Schurmans ondertekende het arrest ook niet.
Problemen
De Groof bracht D'Hondt op de hoogte van de problemen binnen de 18de kamer en het conflict waarin zijn vrouw terecht was gekomen, maar Letermes gewezen rechterhand nam de telefoontjes niet echt au sérieux.
"Het was misschien een verkeerde inschatting, maar ik heb dit sterk gerelativeerd en beschouwd als een sterk overdreven en opgeschroefd verhaal", luidde het.
D'Hondt verwees naar verschillende andere conflicten waarin Schurmans de jaren voordien was terecht gekomen. "Ik heb dit geduid in de context van vroegere jaren".
Geen schending
D'Hondt maakte uit de gesprekken ook nooit op dat er sprake was van een schending van de beraadslaging binnen de 18de kamer. "Ik heb in eer en geweten en op geen enkel moment het gevoel gehad dat er ergens een schending van het beroepsgeheim was", zei hij.
De eerste voorzitter van het Hof van Cassatie Ghislain Londers stelde in zijn nota dat op basis van de gesprekken klacht had moeten worden ingediend.
Niemand
D'Hondt beklemtoonde voorts dat hij de informatie later op de dag aan niemand die betrokken is in het dossier heeft meegedeeld. Hij benadrukte dit omdat de voorbije maanden de indruk is ontstaan dat de FPIM, die in de zaak optrad in naam van de overheid, op basis van de informatie heeft geprobeerd om het proces te elfder ure een andere wending te geven.
De Groof spreekt in een van de sms'en aan D'Hondt immers over "een dramatische wending". De FPIM wilde op 11 december de debatten heropenen, volgens gedelegeerd bestuurder Koen Van Loo om de Europese beslissing dat de overheidstussenkomst geoorloofd was nog aan de processtukken toe te voegen.
Opdracht
Tijdens de procedure in eerste aanleg gaf D'Hondt aan één zijn adviseurs, Pim Vanwalleghem, de opdracht om zijn licht op te steken bij substituut Paul Dhaeyer, die voor het parket een advies uitbracht over de zaak.
De kabinetschef van Financien, Olivier Henin, had op 6 november immers informatie opgevangen over het advies van Dhaeyer. Aangezien Vanwalleghem zelf magistraat is, ging D'Hondt ervan uit dat hij wel zou weten of het contact geoorloofd was of niet.
D'Hondt gaf toe dat hij achteraf gezien misschien niet de juiste afweging heeft gemaakt. Op 10 november belde hij zelf terug naar Dhaeyer, die niet opgezet was met de demarche van zijn toenmalige vriend Vanwalleghem, en drukte hij de substituut op het hart dat het niet de bedoeling was om te beïnvloeden, enkel om te informeren. (belga/edp)