"Dader aanslag Joods Museum was geen lone wolf"
De Franse Syriëstrijder die de aanslag op het Joodse Museum pleegde, was geen lone wolf. Dat zei André Vandoren, topman van OCAD (Orgaan voor Coördinatie en Analyse van de Dreiging), vanmorgen in 'De Ochtend' op Radio 1.
Zelfs als Mehdi Nemmouche bij de aanslag alleen handelde, had hij volgens André Vandoren wellicht toch banden met terrorismeorganisaties. Vandoren staat aan het hoofd van OCAD, dat de terrorismedreigingen in ons land in kaart brengt.
Opleidingen
Nenmouche keerde in maart terug uit Syrië, waar hij een jaar gevochten had met de terreurbeweging ISIL, verbonden aan al-Qaida. "De gegevens uit zijn curriculum wijzen erop dat hij heeft deelgenomen aan acties en opleidingen gekregen heeft. We kunnen dus niet spreken van een terrorist die alles op zijn eentje doet", aldus Vandoren in 'De Ochtend'.
Parcours in kaart brengen
Het gerechtelijke onderzoek moet nu het volledige parcours van de dader in kaart brengen. "Hoe is hij opgeleid? Hoe kon hij na de aanslag nog dagenlang onder de radar blijven? Dat zijn belangrijke vragen", stelt Vandoren in de krant De Tijd.
Syriëstrijders
Zeventig Syriëstrijders zijn op dit momenteel al teruggekeerd naar België, onder wie er vijftig intensief opgevolgd moeten worden wegens gerechtelijke antecedenten of omdat ze op zijn minst gekend zijn bij de veiligheidsdiensten.
Approach
De cijfers werden gisteren achter gesloten deuren door de veiligheidsdiensten gecommuniceerd aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie, zo vernam de zakenkrant. Veel daarvan zijn bekend bij de veiligheidsdiensten, maar Nenmouche was niet gekend. "Het is moeilijk omdat we in Syrië niets kunnen controleren", zegt Vandoren. "Maar alle veiligheidsdiensten werken op dat vlak samen aan een gezamenlijke approach."
G7
Vandoren gaf nog mee dat tijdens de G7-top in Brussel alle mogelijke voorzorgsmaatregelen getroffen zullen worden, als is er op dit ogenblik geen aanwijzing van een mogelijke terreurdreiging.