Rik Coolsaet over Syriëstrijders: "Het is cool om jihadist te zijn"
"Er is een soort jongerencultuur ontstaan van gasten die vinden dat ze iets moeten doen tegen het onrecht in de wereld en zichzelf gaan uitroepen tot jihadi. Die jongeren moet je opvangen voor ze vertrekken naar Syrië." In gesprek met Brusselnieuws geeft professor internationale politiek en terrorisme-expert Rik Coolsaet (UGent) aan waar het misgelopen is met Mehdi Nemmouche, de dader van aanslag in het Joods Museum.
"Het is belangrijk dat je het gevaar van de Syriëstrijders niet onderschat, maar ook niet overschat. Het is niet zo dat zij allemaal staalharde jihadstrijders zijn, terroristen die bij terugkomst een gevaar betekenen voor de Belgische samenleving." Rik Coolsaet voert al jaren onderzoek naar radicalisering bij moslimjongeren en is dan ook categoriek: "De meesten die terugkeren zijn gewoon gedesillusioneerd en zullen zich terugtrekken in een hoekje". Maar wel wijst Coolsaet erop dat de Belgische staat vijf à tien procent van die Syrische 'returnees' echt in de gaten moet houden, "want die zijn echt een potentiële tijdbom".
De professor wijst op de noodzaak van preventie: "Er is een soort islamcool, zelfs een jihadcool ontstaan. Jongeren bij wie zo'n radicalisering heeft plaatsgevonden, moeten opgevangen worden. Want in Syrië zijn ze een vogel voor de kat. Vooral in het noorden heerst wet noch God."
De problematiek van de Syriëstrijders valt volgens Coolsaet vooral te situeren in de zogenaamde 'clubjes': "De aanwezigheid van clubjes als Resto du Tawhid aan het Zuidstation en Sharia4Belgium in Vilvoorde en Antwerpen, dat verklaart het op gang komen van de Syriëgolf in 2012."
Al zeventig Belgische Syriëstrijders lopen opnieuw rond op Belgische bodem. Vijftig van hen zijn bekend bij het gerecht of de veiligheidsdiensten.
Er is een soort islamcool, zelfs een jihadcool ontstaan. Jongeren bij wie zo'n radicalisering heeft plaatsgevonden, moeten opgevangen worden.