EU-parlement zwakt liberalisering spoorvervoer sterk af
Het voorstel van de Europese Commissie om vanaf 2019 de markt van het binnenlandse reizigersvervoer over het spoor open te gooien, is grondig bijgestuurd door het Europees Parlement. Dat blijkt nu het Europees Parlement de kwestie behandelt. De liberalen zien de "nationale lobby's" hun slag thuishalen.
Na de vrijmaking van het goederentransport en het internationale reizigersvervoer is met het 'vierde spoorpakket' het nationale reizigersvervoer aan de beurt. Er liggen zes wetsvoorstellen op tafel waarover het Parlement en de lidstaten een akkoord moeten vinden.
Om de liberalisering mogelijk te maken, moet er eerst een einde gemaakt worden aan de sterk geïntegreerde spoormaatschappijen. De Commissie wil holdings niet verbieden, maar stelt een sterke scheiding voor tussen spooroperator en infrastructuurbeheerder. "Ook het Parlement wil de holding nog een kans geven, maar wij zijn minder rigide dan de Commissie", legde El Khadraoui uit. In zijn rapport stelde hij onder meer voor de inkomsten van de infrastructuurpoot af te schermen van de holding, maar tijdens de stemming werd een reeks amendementen aangenomen die de voorwaarden versoepelen.
Lobbywerk
Philippe De Backer (Open Vld) reageerde zeer kwaad. "Ik ben bijzonder teleurgesteld. Zowel de Chinese muur tussen de entiteiten binnen één holding, als de transparantie rond de financiering en de controlebevoegdheid van de Commissie zijn afgezwakt. Dit is het werk van de nationale lobby's. Deutsche Bahn heeft gewonnen." Het machtige Duitse spoorbedrijf wordt vaak in één adem met het liberaliseringsdossier genoemd omdat het tegen het voorstel van de Commissie is, maar niettemin graag in het buitenland actief wil worden.
Ook Europees commissaris voor Transport Siim Kallas is ontgoocheld. Het Parlement is er niet in geslaagd "een echte onafhankelijkheid van de infrastructuurbeheerder en financiële transparantie" te garanderen, klonk het. Ook hij haalde uit naar de volksvertegenwoordigers die zich vooral door "de vastgeroeste nationale belangen" laten leiden.
Dit luik over de structuur van holdings en nationale spoormaatschappijen heeft weinig impact op België, waar de NMBS-holding sowieso verdwijnt en overgeschakeld wordt op een tweeledige structuur.
Wilde liberalisering onmogelijk
Wat de eigenlijke vrijmaking betreft, stuurde het Parlement het voorstel van de Commissie in die zin bij dat er geen openbare aanbestedingsprocedures georganiseerd zullen worden om een spoorconcessie toe te wijzen. De volksvertegenwoordigers laten toe dat contracten van openbare dienstverlening rechtstreeks toegewezen worden, maar wel op voorwaarde dat daar efficiëntiecriteria in opgenomen staan, verduidelijkte de Duitstalige Belg Mathieu Grosch van de EVP-fractie. Het gaat bijvoorbeeld om het aantal passagiers, stiptheid, frequentie en klantentevredenheid. Volgens Saïd El Khadraoui wordt op deze manier een "wilde liberalisering" onmogelijk gemaakt.
Wanneer de uitverkoren operator de doelstellingen van het contract haalt, kan het contract verlengd worden. Pas wanneer hij ze mist, zal er een openbare aanbesteding georganiseerd kunnen worden. Omdat de markt nu eenmaal geliberaliseerd zal zijn, kunnen ook andere spelers dan zij die een contract hebben binnengehaald een spoorverbinding organiseren. De nationale regulator zal dan wel de impact bestuderen van de komst van de nieuwe speler en hem indien nodig kunnen tegenhouden. Dit moet ook 'cherry picking' vermijden, waarbij de concurrentie enkel op de meest rendabele stukken van het spoornet speelt.
"Kruimels voor de rest"
Volgens El Khadraoui zal er in de praktijk weinig verschil te merken zijn voor de Belgische treinreiziger. "Het is zeker niet zo dat je niet meer zult weten op welke trein je moet stappen omdat er zes verschillende maatschappijen ritten aanbieden. Als de NMBS de vooropgestelde kwaliteitscriteria haalt, zal het waarschijnlijk ook gewoon de NMBS zijn die het leeuwendeel van de spoorverbindingen blijft uitvoeren."
Het Belgische spoornet zou in minstens twee stukken opgedeeld worden, waarbij het grootste contract minstens 75 procent van het net moet beslaan. Philippe De Backer waarschuwt voor een "Nederlands scenario", waar de Nederlandse Spoorwegen (NS) "de hoofdbrok krijgen en de rest slechts kruimels". "Dat is niet werkbaar."
Liever in de vuilnisbak
Gisteren voerden de bonden actie tegen liberaliseringsplannen. Ze vrezen onder andere voor de werkgelegenheid van de spoorarbeiders, maar het Parlement nam een luik over sociale rechten aan. Elke spoormaatschappij zal de bestaande cao's moeten toepassen. Een controversieel amendement over minimale dienstverlening bij stakingen werd weggestemd. De bonden hadden liever gezien dat het Parlement het hele vierde spoorpakket in de vuilnisbak kieperde, maar dat gebeurde dus niet. Ze vonden wel gehoor bij Isabelle Durant (Ecolo), die na de stemming verklaarde dat een totale verwerping van de "obsessies" van de Commissie veel duidelijker was geweest.
De lidstaten moeten hun positie nog vastleggen. Dat gebeurt ten vroegste in juni. Pas in 2015 zullen de onderhandelingen echt van start kunnen gaan. Volgens het Parlement kan het systeem met de openbare dienstcontracten in 2022 ingevoerd worden. Al vanaf 2020 zouden buitenlandse spelers een aanvraag mogen indienen om op het net actief te zijn.