"Gedwongen terugkeer kost overheid dubbel zoveel als vrijwillige"
Een persoon zonder papieren gedwongen terugsturen naar zijn land van herkomst kost de overheid twee keer zoveel dan een begeleide, vrijwillige terugkeer. Dat kan worden afgeleid uit cijfers die staatssecretaris voor Asiel en Migratie Maggie De Block (foto) heeft verstrekt in antwoord op een schriftelijke vraag van Freya Piryns (Groen). De overheid trok in 2012 gemiddeld 2.097 euro en 1.152 euro uit per persoon die respectievelijk gedwongen of vrijwillig terugkeerde.
Het totaalbedrag dat de Dienst voor Vreemdelingenzaken (DVZ) uitkeert voor gedwongen terugkeren steeg in de periode 2008-2012 van 5,8 tot 8,07 miljoen euro. Dat bedrag omvat de uitgaven voor vliegtuigtickets, beveiligde vluchten, eventuele escorts door de politie, medische kosten, reisdocumenten, kosten voor gemeenten en politie en dergelijke, maar niet de kosten van verblijf in gesloten centra. De gemiddelde kost per persoon liep in de vermelde periode op van 1.422 tot 2.097 euro.
Fedasil trok in 2012 6,5 miljoen euro uit voor de begeleiding van vrijwillige terugkeren, tegenover 5,06 miljoen euro in 2009. De uitgaven voor terugkeer (tickets, reisdocumenten, onkostenvergoeding...) en terugkeerpremies zijn de zwaarste kosten. De rest is bestemd voor dossierbehandeling, terugkeerbegeleiding en de financiering van lokale reïntegratiepartners die in het land van herkomst van de betrokkene opvangen en begeleiden. Het aantal vrijwillige terugkeerders steeg in de periode 2008-2012 van 2.660 tot 4.694. De gemiddelde kost per persoon daalde in de periode 2009-2012 van 1.455 tot 1.152 euro.
Het percentage dat terugkeert met reïntegratiesteun steeg in deze periode van 26 tot 42 procent.