Hoe krijg je scholieren aan het lezen? Dit is jullie mening
Het leesniveau bij scholieren gaat al jaren achteruit. Minister van Onderwijs Zuhal Demir stak haar licht op bij de Scholierenkoepel. Volgens de leerlingen is tijd het grootste struikelblok. Ze hebben al te veel huiswerk, waardoor er amper nog ruimte is om te lezen voor het plezier. Ze willen ook meer creatieve opdrachten in plaats van boekbesprekingen, en ja, dat kan volgens hen ook een TikTok maken zijn. Gisteren lieten we de leerlingen en een docent aan het woord, nu is het jullie beurt.
Anne-Laure Van Neer: “Als auteur heb ik gemerkt dat mijn boeken ook gesmaakt worden door jongeren, hoewel dat niet de oorspronkelijke doelgroep is. Het recept? Niks waanzinnigs. Wil je lezen leuk maken, stel dan ook humoristische boeken voor op de leeslijst.”
(Anne-Laure Van Neer schreef vier thrillers ‘Justine’, ‘Maurice’, ‘Louise’ en ‘Joséphine’ en combineert in haar werk misdaad met humor, red.)
Eva Claes: “Mijn zoon ging in de zomer van het 3de naar het 4de studiejaar van leesniveau 3de jaar naar het leesniveau van het 6de jaar, nadat hij de strips van Urbanus in onze kast had ontdekt. De ‘pipi-kakamopjes’ sloegen zo erg aan dat hij ze allemaal las. Wij mochten vroeger op school geen strips lezen, want dat waren geen ‘boeken’... Een gemiste kans, in mijn ogen.”
Els De Coster: “Ik geniet van lezen. Een roman, een thriller, een biografie... Languit in mijn tuinstoel bij mooi weer, onder een dekentje of in mijn bed in de winter. Voor mij is het onthaasten. Mijn kinderen (16 en 11 jaar) snappen het niet. Hoe kan je zo lang in één boek lezen?! Mijn dochter heeft dyslexie en voor haar is elke bladzijde een uitdaging. Maar wanneer ze toch meegaat naar de bib en een boek uitkiest (aangepast voor lezers met dyslexie), geniet ik dubbel van elke 10 minuten dat zij zit te lezen.”
Katharina Vanan: “Blaas de buurtbibliotheken nieuw leven in, daar kunnen jongeren vrij hun geliefde genres ontdekken. Stop ook met het opdringen van Vlaamse auteurs van het type Hugo Claus of Jef Geeraerts. Als jongere uit de jaren 80 hield ik hier een trauma aan over.”
Ronald Rens: “Ik lees al mijn hele leven. Ik ben nu 79 en mijn geest is nog steeds scherp genoeg om vier talen te lezen, spreken en schrijven. Ik ben qua lectuur een omnivoor: SF, geschiedenis, klassiekers, strips, wetenschap, noem het op, en ik houd ervan. Ik heb sinds 2012 een e-reader en die heb ik altijd bij me. Wachten bij de dokter of waar dan ook vormt voor mij geen probleem. Lézen, jongelui, lézen! Het is een rijkdom in alle betekenissen.”
Karin Langé: “Het begint bij de ouders: lees elke dag een verhaal voor. Ikzelf heb dat altijd gedaan en toen mijn dochter ongeveer 2 jaar was, gingen we elke week naar de bibliotheek. Zij mocht daar enkele boeken kiezen die ik dan thuis voorlas. Later werd het elke week een boek of strip die ze zelf kon lezen. Nu is zij 25 en echt een fervente lezer. Jong geleerd is plezier, kennis en ontspanning gewonnen op latere leeftijd.”
Philippe Ponsard: “Mijn leesliefde begon eigenlijk als een straf. Een leraar had in mijn agenda geschreven dat ik een kattengeschrift had, dus moest ik van mijn vader mijn vrije tijd besteden in zijn bibliotheek. Hij gaf mij telkens een boek waarvan ik een aantal bladen netjes moest overschrijven. Zo begon mijn liefde voor het lezen én de kalligrafie. Dank u, papa. Beperk sociale media en TikTok tot 16 jaar. Dat zal al helpen.”
Marnick L’Eau: “Wat voor mij als scholier altijd nefast is geweest, is de verplichting. Als je me zegt dat ik een of andere roman moét lezen, dan - je raadt het al - interesseert dat boek me geen bal. Matrices en afgeleiden in de wiskunde, statistiek en boekhouding, chemie, maakt niet uit wat. Als je me het verplicht te doen terwijl ik er het nut, of het bredere plaatje niet van inzie, dan vind ik het verloren werk.”