Hoogste risicoschaal voor Belgische instructeurs in Afghanistan
De activiteiten van de Belgische militaire instructeurs in Afghanistan worden door Defensie bestempeld als 'actief gewapende inzet'. De militairen bevinden zich daarmee in de hoogste risicoschaal (niveau vijf), waarvoor ze ook de hoogste premie krijgen. Dat heeft het ministerie van Defensie bevestigd.
Dinsdag stuurde de VRT beelden de wereld in van Belgische soldaten die op 15 juni 2009 in de buurt van Kunduz (noorden van Afghanistan) in een hinderlaag liepen. Het videomateriaal toonde aan dat de opleiding van een Afghaans bataljon op het terrein soms voor hachelijke situaties kan zorgen.
Dat blijkt ook uit het label 'actief gewapende inzet' voor de leden van het opleidingsteam - 'Operational Mentoring and Liaison Team' (OMLT). Die stempel geldt al sinds het begin van de missie in januari 2009, telkens wanneer de militairen hun basis verlaten.
Voor dat 'niveau 5' ontvangen de militairen een vergoeding van 70,84 euro. Blijven ze echter binnen de muren van het kamp, dan vallen ze terug tot niveau 4. Dat komt overeen met een 'passief gewapende inzet', goed voor 56,67 euro.
Niet alle Belgische militairen in Kunduz kunnen echter rekenen op het statuut 'actief gewapende inzet', klaagt legervakbond ACOD. De militairen van het "Provincial Reconstruction Team" moeten het stellen met niveau 4, ook wanneer ze aan de zijde van de Duitse troepen het terrein op trekken. "Gezien het gevaar in de regio is dat niet correct", benadrukt de socialistische vakbond. (belga/adb)