Koning Filip: "Ik zie 2014 hoopvol tegemoet"
Koning Filip ziet 2014 hoopvol tegemoet. Hij verwacht dat ons land zich dankzij de verkiezingen van 25 mei opnieuw zal kunnen herbronnen en dat het de vruchten van de zesde staatshervorming zal beginnen plukken. "Met de gestage terugkeer van de groei zal onze economie eens te meer welvaart en welzijn kunnen afleveren", zei de vorst vandaag aan het slot van zijn toespraak tot de overheden van ons land op het koninklijk paleis in Brussel.
Het was de eerste keer sinds zijn troonsbestijging op 21 juli vorig jaar, dat koning Filip de zogenaamde Gestelde Lichamen toesprak. Hij bracht daarbij hulde aan het werk dat zijn vader, koning Albert II, gedurende de twintig jaar van zijn koningschap heeft verricht.
Eerste Wereldoorlog
Een groot deel van de toespraak stond in het teken van de herdenking van het begin van de Eerste Wereldoorlog. Daarbij stond hij stil bij het vele bloedvergieten tijdens de vier daaropvolgende jaren, maar ook bij de democratisering die nadien tot stand kwam.
"Na het einde van de Eerste Wereldoorlog hebben onze regeringen met de steun van mijn overgrootvader (koning Albert I) ons land op een nieuwe leest geschoeid", sprak koning Filip. "Hoewel het stemrecht voor vrouwen pas later in voege trad, ging de deur open naar ontvoogding, gelijkheid van kansen en gelijkberechtiging. Al bleef echte taalgelijkheid vooralsnog uit, het onderwijs verliep gelukkig hoe langer hoe meer in alle landstalen", klonk het verder.
Staatshervorming
Het staatshoofd verwees ook naar de staatshervorming, die recent groen licht kreeg in het parlement. Die zal de federale staat, de gewesten en gemeenschappen toelaten de uitdagingen van de toekomst aan te gaan, aldus koning Filip. Op sociaaleconomisch vlak stelde de koning dat "ons model, waarin concurrentiekracht en sociale rechtvaardigheid samen gaan", meer dan ooit onze sterkte is. Hij benadrukte daarbij het belang van de competitiviteit van onze bedrijven voor het behoud van onze rijkdom en ons sociaal model, maar onderstreepte ook dat "een samenleving waarin niet wordt gedeeld, haar naam niet waardig is".
Persoonlijke noot
Even voordien had premier Elio Di Rupo in zijn speech stilgestaan bij de "waarden die ons verenigen": gelijkheid, solidariteit en vrijheid, maar ook verdraagzaamheid, openheid en respect. Hij riep iedereen op die waarden te koesteren. Opvallend was dat hij daarbij een persoonlijke noot aansloeg.
Zo trok de premier van leer tegen radicalisme en discriminatie en waarschuwde hij dat we "onze samenleving niet mogen laten versplinteren". "We kunnen niet aanvaardigen dat sommigen racistische, antisemitische of xenofobe daden stellen of uitspraken doen. We kunnen niet aanvaarden dat bepaalde geloofsovertuigingen doelbewust worden gestigmatiseerd. We kunnen niet toelaten dat radicalisme en haat onze rechtsstaat in vraag stellen. Als we dat accepteren, zijn wij allemaal in gevaar", sprak Di Rupo.
"Zoon van arme migranten"
Daarop sprak de premier zijn erkentelijkheid uit jegens ons land. "België dat mijn familie heeft opgevangen die voor armoede op de vlucht was, net als andere families uit Italië of elders. Het is ook het land dat me de kans heeft geboden te studeren. Mocht ik toen louter abstracte rechten hebben genoten, dan zou ik hier vandaag niet voor jullie staan. De kans van mijn leven was dat ik kon genieten van echte solidariteit en mogelijkheden tot emancipatie".
Ook solidariteit moet volgens de premier centraal staan in ons engagement. "We moeten ervoor zorgen dat alle burgers de sociale ladder kunnen opklimmen, los van hun sociale of culturele situatie", luidde het. "Wat onze politieke overtuigingen ook zijn, we hebben er allemaal baat bij om in een maatschappij te leven waar iedereen in moeilijke momenten op de anderen kan rekenen. Zoals ik, in mijn eigen jeugd, als zoon van arme migranten".