Medewerker Leterme ontkent druk op rechter
In de Fortis-onderzoekscommissie heeft Pim Vanwalleghem, een kabinetsmedewerker van toenmalig premier Yves Leterme, ontkend dat hij tijdens het Fortis-proces in eerste aanleg heeft geprobeerd substituut Paul Dhaeyer onder druk te zetten.
Ongerust over signalen
Dhaeyer is de substituut die tijdens het Fortis-proces in eerste aanleg een voor de regering negatief advies uitbracht. Op 6 november vorig jaar werd Vanwalleghem door de kabinetschef van premier Yves Leterme, Hans D'Hondt, en door zijn collega op het kabinet van Reynders, Olivier Henin, benaderd. Zij waren volgens hem "ongerust" over signalen die ze hadden opgevangen over het nakend advies van het openbaar ministerie.
Grote lijnen al bekend
D'Hondt en Henin vroegen Vanwalleghem daarom eens bij Dhaeyer na te gaan of deze signalen klopten en wanneer de subsituut zijn advies precies zou uitbrengen. Uit de uitleg die hij kreeg, maakte Vanwalleghem op dat de grote lijnen van het advies blijkbaar al bekend waren. Vanwalleghem, die gedetacheerd was vanop het Brusselse parket, had eerder in de commissie zijn goede professionele en vriendschappelijke banden met Dhaeyer benadrukt.
Niets over inhoud
Vanwalleghem zei dat hij van Dhaeyer te horen kreeg dat het advies later die dag om 15 uur zou worden uitgebracht. Dhaeyer zou ook niet op de inhoud van het advies zijn ingegaan. Vanwalleghem verklaarde voorts dat hij niet wist van waar Dhondt en Henin de "signalen" hadden opgevangen. Hij stelde ook dat toenmalig premier Yves Leterme hem nooit iets heeft gevraagd over het dossier, tot de heisa over de zaak losbarstte.
Zinkende schepen
Vanwalleghem kwam ook terug op de mail die hij op 28 oktober naar Dhaeyer stuurde en waarin hij stelde "beste Paul, pas op met de Fortis-boot he, zinkende schepen riskeren je mee te zuigen". Achter de korte tekst stond een smiley. Volgens Vanwalleghem had die mail niets te maken met het Fortis-proces. Hij volgde op een mediabericht waarin sprake was van een vooronderzoek dat Dhaeyer voerde naar malversaties die de vroegere toplui van Fortis zouden hebben gepleegd. "Mijn oprechte bezorgdheid is gebaseerd op het feit dat het voeren van een opsporingsonderzoek lastens hooggeplaatste personen, eerder in het verleden al onderzoekende magistraten in de problemen bracht", stelde Vanwalleghem.
Overigens bevestigden Dhaeyer en Vanwalleghem dat ze elkaar sinds hun laatste telefonisch contact op 11 november niet meer hebben gehoord. (belga/bf)