Overzicht van vijf voorgaande staatshervormingen
Koning Albert II en premier Elio Di Rupo hebben vandaag hun handtekening geplaatst onder teksten die het eerste luik van de zesde staatshervorming in wet gieten. Bedoeling is dat later het tweede luik (met o.a. bevoegdheidsoverdrachten en de nieuwe financieringswet) van de zesde staatshervorming wordt uitgewerkt. Hieronder volgt een overzicht van de vijf eerdere staatshervormingen.
EERSTE STAATSHERVORMING
Met de eerste grondwetsherziening van 1970 worden de drie cultuurgemeenschappen opgericht. Op juridisch vlak betekende dit het begin van het proces van de staatshervorming, maar de bevoegdheden van die cultuurgemeenschappen blijven nog uiterst beperkt. Deze eerste hervorming is een antwoord op het streven van de Vlamingen naar culturele autonomie.
In 1970 wordt ook de basis gelegd voor de oprichting van drie gewesten. Ze krijgen ieder hun eigen grondgebied en ze moeten vooral actief zijn op economisch vlak. De gewesten zijn een antwoord op het streven van de Franstaligen - de Walen en de Franstalige Brusselaars - naar economische autonomie.
TWEEDE STAATSHERVORMING
De tweede staatshervorming van 1980 werkt verder op de eerste hervorming. De cultuurgemeenschappen worden omgevormd tot gemeenschappen omdat ze zich naast de culturele aangelegenheden ook buigen over de persoonsgebonden aangelegenheden, namelijk de gezondheid en de sociale bijstand. De Vlaamse, Franse en Duitstalige gemeenschap krijgen elk een raad - dat is hun parlement - en een regering.
Daarnaast worden ook twee gewesten opgericht: het Vlaamse en het Waalse gewest. Ook zij hebben een raad en een regering, maar in Vlaanderen smelten van bij het begin de regering en de raad van het Vlaamse gewest samen met de regering en de raad van de Vlaamse gemeenschap. In Vlaanderen heeft men voor de gemeenschappen en de gewesten dus één regering en één raad.
De Franstaligen hebben de instellingen van de Franse gemeenschap en het Waalse gewest niet samengevoegd. Er zijn immers veel meer Franstalige Brusselaars ten opzichte van Franstalige Walen dan dat er Nederlandstalige Brusselaars zijn ten opzichte van Vlamingen.
Het Brusselse Gewest, weliswaar erkend in 1970, blijft (toch wat zijn instellingen betreft) nog in de "koelkast" zitten tot de derde staatshervorming.
DERDE STAATSHERVORMING
De derde staatshervorming van 1988-1989 draait voornamelijk rond het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het krijgt (net zoals de andere twee gewesten) eigen instellingen en meer bepaald een raad, nu parlement genoemd, en een regering.
Het parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest stemt over ordonnanties, de regering voert ze uit. De Nederlandstaligen in Brussel worden op dezelfde manier beschermd als de Franstaligen op nationaal niveau met onder meer pariteit in de regering en een alarmbelprocedure.
Daarnaast krijgen de gemeenschappen meer bevoegdheden en worden de gewesten verder versterkt. Zo krijgen de gemeenschappen onder meer het onderwijs toegewezen, terwijl de gewesten onder meer de bevoegdheid krijgen over vervoer en openbare werken.
VIERDE STAATSHERVORMING (SINT-MICHIELSAKKOORD)
De vierde staatshervorming van 1993, beter bekend als het Sint-Michielsakkoord, maakt van België een volwaardige federale staat. "België is een federale staat, samengesteld uit de gemeenschappen en de gewesten", luidt voortaan het eerste artikel van de Grondwet.
Er komt een eind aan het dubbelmandaat van de parlementsleden. Tot dan werden de deelstaatparlementen bevolkt door Kamerleden en senatoren. Nu worden de gewestparlementen rechtstreeks verkozen, terwijl het aantal Kamerleden en senatoren vermindert. De Senaat wordt bovendien grondig hervormd en verliest het politieke toezicht op de regering. Slechts 40 leden zijn nog rechtstreeks verkozen. De overigen worden afgevaardigd uit de gemeenschapsparlementen of zijn gecoöpteerd.
De bevoegdheden van de gemeenschappen en de gewesten worden verder uitgebreid. Belangrijk daarbij is dat ze de bevoegdheid krijgen om verdragen te sluiten met betrekking tot hun bevoegdheden. Dat leidt in het buitenland soms tot verwarring omdat ze over een grotere vrijheid beschikken dan deelstaten in andere federale staten. Bovendien worden de gewesten ook bevoegd voor exportpromotie.
VIJFDE STAATSHERVORMING (LAMBERMONTAKKOORD)
De vijfde staatshervorming, ook wel het Lambermontakkoord genoemd naar de ambtswoning van de eerste minister in de Lambermontstraat, werd gerealiseerd aan de hand van drie akkoorden die in 2000 en 2001 werden afgesloten.
Het Hermesakkoord van 5 april 2000 verruimde de bevoegheid van de gewesten met landbouw en buitenlandse handel. Daarbij kwamen ook nog de bevoegdheid voor de organisatie en werking van het lokale bestuur bij door het Lambermontakkoord dat op 16 oktober 2000 werd afgesloten. De gewesten kregen daardoor hun zeg over de gemeente- en provinciewet, de lokale verkiezingen en kerkfabrieken. Politie en brandweer bleven evenwel federale bevoegdheid en het Vlaams en Waals gewest moeten rekening houden met de wettelijke tegemoetkomingen aan de anderstalige inwoners van de faciliteitengemeenten.
Voorts voorzag Lambermont ook in een hogere dotatie voor de gemeenschap en in de overdracht van elf belastingen naar de gewesten zoals het kijk- en luistergeld, de successie- en registratierechten, de verkeersbelasting, de BIV en het wegenvignet. De gewesten kunnen ook op- en afcentiemen op de personenbelasting heffen. Ten slotte werden ook de delen van de ontwikkelingssamenwerking die bij hun bevoegdheden aansluiten overgeheveld naar de gemeenschappen of gewesten.
Op 28 april 2001 volgde dan het Lombard- of Brusselakkoord dat het aantal zitjes in het Brussels parlement verhoogde - waardoor de Vlamingen recht kregen op 17 zetels. De zes vertegenwoordigers van Brussel in het Vlaams parlement werden voortaan ook rechtstreeks verkozen en een aantal grendels werden gelicht om te voorkomen dat het toenmalige Vlaams Blok de Brusselse instellingen zouden kunnen blokkeren als ze een meerderheid in de Nederlandse taalgroep zouden halen.