Politici bakkeleien over Bijzondere Financieringswet
Meerderheid en oppositie in de Kamer hebben vandaag een laatste robbertje uitgevochten over de nieuwe Bijzondere Financieringswet. Oppositiepartij N-VA blijft erbij dat Vlaanderen zal verarmen en dat van echte fiscale autonomie geen sprake is. De meerderheid spreekt dat tegen. De stemming volgt zodra ook de andere teksten besproken zijn die in de Kamer voorliggen over de zesde staatshervorming. Nadien gaan ze voor finaal fiat naar de Senaat.
Op een drafje en zonder al te veel enthousiasme besprak de plenaire Kamer woensdag de hervorming van de Bijzondere Financieringswet, die de geldstromen tussen de verschillende overheden regelt. Echt nieuws viel daarbij niet te rapen. Institutionele meerderheid - CD&V, Open Vld, sp.a, Groen, PS, MR, Ecolo en cdH - en oppositie - N-VA, Vlaams Belang, FDF en LDD - hielden elk vast aan het eigen gelijk.
"Dit is geen Copernicaanse omwenteling en blijft mijlenver van echte fiscale autonomie. De essentiële kenmerken van de personenbelasting blijven federaal, en over de vennootschapsbelasting praten we zelfs niet meer", hekelde N-VA-fractieleider Jan Jambon. "We krijgen er instrumenteel niets bij en ook beleidsmatig krijgen we geen extra ruimte."
Volgens de Vlaams-nationalisten verliest Vlaanderen, "terwijl Brussel en federaal winnen". "De gemeenschappen kunnen niet eens de vruchten plukken van hun eigen beleid, want de nieuwe financieringswet werkt zelfs minder responsabiliserend", sneerde Jambon. "En de solidariteitsmechanismen worden inderdaad minder pervers, maar wel welvaartsvast en royaler."
Politiek spelletje
De meerderheid weigerde echter in te gaan op "het spelletje van winnaars en verliezers". "We zijn allemaal burgers van België en van een van de deelstaten", argumenteerde Groen-fractieleider Stefaan Van Hecke. Of toekomstige economische groei dus iets meer oplevert voor het federale niveau, dan wel voor de deelstaten, maakt voor hem niet veel uit. "En voor de burger in de straat maakt het al helemaal geen verschil."
Bovendien ontkennen de acht samenwerkende partijen niet dat de federale overheid door de financieringswet "iets meer ademruimte krijgt". De groeiende vergrijzing schreeuwt daar volgens hen om. De verdeling kon ook "minder billijk", waardoor Vlaanderen meer geld zou krijgen, argumenteerde Open Vld'er Luk Van Biesen. "Maar we zouden dan echter verzwijgen hoe de federale staat op termijn door de vergrijzing op het bankroet afstevent, met als slachtoffers Vlaanderen, Wallonië én Brussel."
VB niet onder de indruk
Bovendien, zo klonk meermaals, volgt de nieuwe wet de principes die in 2010 al waren afgesproken. Toen N-VA dus nog mee aan de onderhandelingstafel zat. "Men vindt dat de factuur wordt doorgeschoven naar de regio's, maar was wel akkoord met het principe dat alle entiteiten samen inspanningen moeten leveren om de overheidsfinanciën gezond te maken", sneerde sp.a-fractieleidster Karin Temmerman naar de N-VA-banken.
Vlaams Belang toonde zich echter evenmin onder de indruk. Ging het over de fiscale autonomie, de personen- en vennootschapsbelasting, dan zag fractieleidster Barbara Pas weliswaar "gezonde uitgangsprincipes, waar echter uiteindelijk niets van overblijft door allerhande voorwaarden en bepalingen". "Aan de transfers wordt niet geraakt, tegen 2030 stijgen ze zelfs met een vijfde", hekelde ze.
"Zak geld zonder voorwaarden"
Het FDF, de enige Franstalige oppositiestem, nam dan weer de herfinanciering van Brussel op de korrel. In de praktijk krijgt het hoofdstedelijk gewest er volgens het FDF geen cent bij, maar zullen de financiën nog verslechteren. N-VA'er Jambon sprak dan weer van "een grote zak geld zonder voorwaarden". Klopt niet, reageerde CD&V'er Raf Terwingen. Bovendien hebben "ook Vlamingen in Brussel belang bij een correcte financiering", merkte hij op.
Het federale niveau afschilderen als de grote winnaar, wilde de meerderheid evenmin. Ondanks het groeiend belang van de deelstaten, zal die immers een groot deel van de aan Europa beloofde sanering blijven dragen, aldus nog rapporteur Van Biesen. Zo wordt van de deelstaten in 2015 en 2016 2,5 miljard euro verwacht, terwijl federaal wellicht nog 6 miljard inspanningen moet doen, rekende hij voor. En meer dan negentig procent van de meerkost door de vergrijzing - 3,3 procent van het bbp extra tegen 2030 - is eveneens voor het federale niveau, besloot hij.