Vandeurzen: "Fortis-dossier op kabinet niet ongewoon"
Voormalig Justitieminister Jo Vandeurzen weerlegde ook dat het ongebruikelijk was dat het Fortis-dossier zich indertijd op zijn kabinet bevond. Het was hem ambtshalve bezorgd door Marc de le Court, de procureur-generaal bij het hof van beroep, en het is in het verleden nog gebeurd dat een gelijkaardig dossier op zijn kabinet belandde, stelde Vandeurzen.
Niet eerste keer
Tijdens de vergadering van de Fortis-onderzoekscommissie vorige maandag verklaarde de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie Ghislain Londers dat het gerechtelijk dossier zich niet op de griffie bevond, maar op het kabinet-Vandeurzen toen Londers het wilde inkijken om zijn uitgebreidere nota aan Kamervoorzitter Herman Van Rompuy te schrijven.
Vandeurzen herhaalde vandaag grotendeels de verklaring die daarvoor eerder vanuit zijn kabinet werd gegeven, namelijk dat het hem ambtshalve was bezorgd door de le Court. "Het is ook niet de eerste keer dat dit is gebeurd", stelde Vandeurzen. Het parket-generaal van Bergen deed dit eerder al op dezelfde manier.
Schurmans
De gewezen minister kwam ook terug op het telefoontje dat hij op 12 december kreeg van Jan De Groof. Dat is de echtgenoot van Christine Schurmans, één van de drie rechters van de achttiende kamer van het hof van beroep die zich over het Fortis-dossier moest buigen. Volgens Vandeurzen deed De Groof zijn verhaal over zijn echtgenote die onder druk was gezet en "gekraakt" was. Pas toen had hij naar eigen zeggen begrepen dat het om Schurmans ging en dat zij raadsheer was in de Fortis-zaak.
Vandeurzen zei dat hij enkel akte heeft genomen van het relaas, maar had besloten er niets mee te doen. Hij vond immers dat de minister van Justitie zich in de zaak niet kon moeien, luidde het. Vandeurzen zei dat hij toen niet de inschatting had dat het ging over het beraad of de schending van het beraad.
Problematische situatie
Toen hij later op de avond werd geconfronteerd met de verdere ontwikkelingen in het dossier, besefte Vandeurzen naar eigen zeggen dat het niet lang zou duren alvorens hij zou worden geconfronteerd met de vraag wat er allemaal gebeurd is. Daarom nodigde hij daags nadien onder meer de le Court uit op zijn kabinet. Op die vergadering is de term 'du jamais vu' meermaals gevallen, aldus Vandeurzen.
Hij had het over een "zeer problematische situatie". Omdat hij niet de indruk mocht geven voor één van de partijen te rijden, zei hij de procureur-generaal hem geen verslag te maken. Die antwoordde daarop dat hij er één ambtshalve zou opstellen. In dat verslag haalde de le Court de mogelijkheid aan om op basis van artikel 1088 van het gerechtelijk wetboek Cassatieberoep aan te tekenen tegen het arrest.
Besluit gerespecteerd
Vandeurzen zei die piste niet te hebben willen volgen omdat volgens hem artikel 1088 naar de geest iets is dat enkel in extremis kan worden ingeroepen wanneer de rechtsmiddelen van alle andere partijen volledig zijn uitgeput. Dat was toen niet het geval. Diezelfde dinsdag besefte Vandeurzen voor de eerste keer dat zijn rol in het dossier in vraag werd gesteld.
Hij herhaalde zijn stelling later tegenover zijn collega's binnen de regering. "Ik heb van mijn collega's nooit de indruk gekregen dat ze mijn besluit niet respecteerden", aldus Vandeurzen, die eraan toevoegde dat er wel collega's waren die vonden dat hij een ander besluit zou moeten nemen. Een bijkomend argument voor Vandeurzen was dat het zou overkomen als een complete oorlogsverklaring mocht hij toch beslissen het artikel toe te passen, uitgerekend op het moment dat hij werd geviseerd. Daarop werd even gesuggereerd dat hij zijn bevoegdheden zou overdragen, maar die piste werd snel verlaten. (belga/ka)