Vicepremiers niet op één lijn over loonkostenkloof
Het kernkabinet zit vandaag opnieuw bijeen over het relancebeleid. Centraal in de bespreking staat de wet van 1996 op het concurrentievermogen van de ondernemingen. Binnen de regeringstop zit niet iedereen op dezelfde lijn over de grootte van de loonkostenhandicap met de buurlanden.
Het kernkabinet buigt zich al anderhalve week over de opmaak van de begroting voor volgend jaar en over maatregelen om de concurrentiekracht van de ondernemingen op te krikken. Het budgettaire werk is al een tijd min of meer afgerond, maar over het relancebeleid botsen de visies.
De discussie draait nu rond de wet van 1996, die ervoor moet zorgen dat de lonen niet ontsporen ten opzichte van onze buurlanden. De regering besliste tijdens een vorige begrotingsronde de kloof tegen 2018 weg te werken, maar een aantal zaken moest nog worden besproken.
Theoretische kloof
Over de hoogte van de huidige kloof met de buurlanden bestaat al onenigheid binnen de regering. PS-vicepremier Laurette Onkelinx stelde dat de regering start met een theoretische kloof van 5,2 procent, maar na aftrek van allerlei verminderingen, zoals loonsubsidies, komen experts uit op een cijfer tussen 1 en 3 procent, luidde het.
"Wie met een uitgestreken gezicht zegt dat de handicap minder dan 5 procent is, gelooft zichzelf niet", stelde Open Vld-vicepremier Alexander De Croo. Hij benadrukte dat de kloof verschilt van sector tot sector en dat er dus doelgerichte maatregelen nodig zijn. "Zeggen dat de loonkloof er niet is of klein is, is ziende blind zijn", klonk het dan weer bij Pieter De Crem (CD&V).
Ook Johan Vande Lanotte (sp.a) wilde er geen precies percentage op plakken. "Ze is in elk geval groot genoeg om er iets aan te doen", zei de Vlaamse socialist, die niet verwacht dat de grootste discussie binnenkamers over de omvang van de kloof zal draaien.
Bevriezing-bis?
Eén van de manieren om de handicap terug te dringen, was de bevriezing van de lonen tot en met 2014. Of die ingreep voor herhaling vatbaar is, wilde De Croo niet gezegd hebben. "Deze regering heeft een bevriezing beslist. Ik denk dat het een goede maatregel is". Wat daarna gebeurt, hangt af van wie na de volgende regering rond de tafel zit, luidde het. Vande Lanotte denkt dan weer dat een bevriezing-bis niet nodig zal zijn en dat er volgens het systeem dat werd ingevoerd, een kleine marge zou zijn, al merkte hij op dat de economische realiteit niet te voorspellen valt.
Een andere discussie draait rond de financiering van de sociale zekerheid en hoe een vermindering van de inkomsten voor de sociale zekerheid door de daling van de sociale bijdragen kan worden gecompenseerd. Het pakket relancemaatregelen lijkt min of meer rond.