Vreemdelingen keren steeds vaker vrijwillig terug
Vreemdelingen die een bevel kregen om het Belgisch grondgebied te verlaten, keren steeds vaker ook effectief vrijwillig terug naar hun land van herkomst. "Dat komt dankzij de betere samenwerking tussen gemeenten, lokale politie en de Dienst Vreemdelingenzaken", aldus staatssecretaris voor Asiel en Migratie Maggie De Block. Het opvolgen van dergelijke personen zou wel nog steeds een onmogelijke opgave zijn.
De conclusie komt er op basis van de eerste cijfers van het samenwerkingsproject 'SeFoR', dat in juni 2011 gestart werd. Vreemdelingen worden daarbij intensiever geïnformeerd en opgevolgd.
De samenwerking houdt onder meer in dat de gemeente het bevel om het grondgebied te verlaten betekent. Daarnaast krijgt de uitgewezen migrant ook een infobrochure in de eigen taal. Indien de vreemdeling in kwestie op het bevel ingaat, meldt hij dat aan de gemeente. Via SeFoR wordt het terugkeertraject verder opgevolgd. In 2011 en 2012 kozen in totaal respectievelijk 3.870 en 5.656 mensen voor een vrijwillige terugkeer, 20 procent onder hen deed dat via SeFoR.
SeFoR staat voor 'Sensibilisering, Follow-up en Return' en bereikt volgens De Block een nieuwe groep vreemdelingen: migranten die in privéwoningen verblijven in plaats van opvangcentra. "Het project focust zowel op vrijwillige terugkeer als op het repatriëren van personen die een probleem vormen voor de openbare orde en veiligheid", aldus De Block. "Het gaat in dat laatste geval zowel om zware criminelen à la dieven en drugsdealers als om fraudeurs of mensen die schijnhuwelijken aangingen. We werken hiervoor samen met de parketten."