Ariel Sharon, een 'bulldozer' in leger en politiek
Ariel Sharon, die in 1928 in Kefal Malal in toen nog Brits Palestina geboren werd, staat al sinds het begin van zijn carrière bekend als 'bulldozer': om zijn corpulentie, maar vooral om zijn manier van doen.
Tijdens zijn carrière als militair en politicus maakt Sharon zijn bijnaam meer dan waar. Hij is het brein achter de verdere Joodse kolonisering op de Westelijke Jordaanoever en de invasie in Libanon in 1982.
Van huis uit is de Israëlische premier soldaat, maar een van het ongehoorzame soort. Huidig premier Benjamin Netanyahu noemde hem eens een "eeuwig subversief element".
Tijdens de Sinai-veldtocht van 1956 geeft Sharon de door hem geleide elite-eenheid - tegen de uitdrukkelijke orders van de toenmalige opperbevelhebber Moshe Dayan in - opdracht om de Mitla-pas in te nemen. De eenheid valt in een Egyptische hinderlaag en wordt nagenoeg uitgeroeid. Alleen ingrijpen van hogerhand voorkomt dat Sharon voor de krijgsraad moet verschijnen.
Bulldozers
Kort daarop leren de inwoners van de Palestijnse vluchtelingenkampen in de Gazastrook hem kennen als een man die zonder problemen bulldozers door de woonwijken in de kampen laat rijden om brede, militair beter beheersbare lanen te creëren.
Na een korte periode in de politiek keert de rusteloze Sharon in 1973, tijdens de Yom Kippoeroorlog, terug in het leger om de daad te verrichten die hem voorgoed immens populair maakt bij grote delen van de Israëlische bevolking. Tegen de wil van het opperbevel maakt hij met zijn legereenheid een even briljante als gewaagde oversteek over het Suezkanaal. Met dat manoeuvre weet hij het Derde Egyptische Leger, dat tot diep in de Sinai is opgerukt, in te sluiten.
Illegale nederzettingen
Na de verkiezingen van 1977 baart Sharon opnieuw opzien in het eerste kabinet van Menachem Begin. Als voorzitter van de Commissie voor de Nederzettingen brengt hij zijn tomeloze voorliefde voor het koloniseren van het hele bijbelse Eretz Yisrael in de praktijk, door zijn steun voor illegale joodse nederzettingen.
In 1981, in het tweede kabinet-Begin, wordt Sharon minister van Defensie. Israëlische tanks rijden een jaar later naar Libanon in het kader van de operatie Vrede voor Galilea. Sharon bepaalt het verloop van de operatie grotendeels zelf. Hij informeert de rest van de regering meestal te laat en onvolledig en begint ook zonder overleg aan een beleg van Beiroet dat weken zal duren.
Bloedbad in Sabra en Chatila
In 1983 treedt Sharon af, nadat hij schuldig is bevonden aan het bloedbad dat Libanese Falangisten hebben aangericht in de Palestijnse kampen Sabra en Chatila. Sharon komt terug als minister van Handel. Maar deze post geeft hij op uit protest tegen de bereidheid van de regering van Yitzhak Shamir om mee te werken aan de vredesgesprekken van Madrid.
In de regering Netanyahu, waar hij vanaf 1996 het ministerie van Infrastructuur en later van Buitenlandse Zaken leidt, is Sharon een van de meest prominente haviken. Paradoxaal genoeg moet hij in 1998 de onderhandelingen met de Palestijnen leiden. Tot overeenstemming komen de partijen niet. Sharon gooit regelmatig olie op het vuur door kolonisten op te roepen nog meer gebied op de Westelijke Jordaanoever in te palmen.
Al even paradoxaal is in dit licht de in 2005 door hem bevolen ontruiming van 21 nederzettingen in de Gazastrook en vier andere op de Westelijke Jordaanoever.
Kadima
Sharon verlaat in november 2005 de rechtse Likoed-partij om zijn eigen partij Kadima ('Voorwaarts') op te richten. Hij overtuigt een aantal Likoed-ministers om naar zijn nieuwe partij over te stappen. Shimon Peres, een van de historische figuren van de Israëlische Arbeidspartij, steunt de uittredende premier. Met Kadima wil Sharon, na een waarschijnlijke verkiezingsoverwinning, de definitieve grenzen van Israël vastleggen.
Een lichte beroerte gooit echter roet in het eten. Sharon wordt op 17 december 2005 even opgenomen in het Hadassah Ein Kerem-ziekenhuis in Jeruzalem, en een maand later, op 4 januari 2006, komt hij er opnieuw terecht met een zware hersenbloeding, die na een operatie van zeven uur kan gestopt worden. Twee dagen later krijgt hij opnieuw een hersenbloeding en ondergaat opnieuw een heelkundige ingreep. Op 9 januari wordt hij bijgebracht uit een kunstmatige coma, opent wel de ogen en reageert op pijnprikkels, maar komt niet meer bij bewustzijn. Op 15 januari volgt een nieuwe operatie, waarbij een trachetomie wordt uitgevoerd. Sindsdien is hij niet meer bij zijn positieven geweest.
Acht jaar in coma
Op 5 april ondergaat Sharon met relatief succes een operatie om het deel van de schedel te herstellen dat doorboord werd tijdens de heelkundige ingreep na zijn hersenbloeding van 4 januari.
Sharon werd jarenlang - acht jaar om precies te zijn - in coma gehouden. Zijn gezondheidstoestand verslechterde eind 2013 na een heelkundige ingreep. Zijn nieren en andere organen gingen achteruit en er werd gezegd dat hij in levensgevaar was. Zaterdag 11 januari overleed de gewezen Israëlische premier op 85-jarige leeftijd.
Privé kende Sharon veel tegenslag. Zijn eerste vrouw kwam in 1962 om bij een verkeersongeluk, zijn tweede stierf in 2000 aan kanker. Een van zijn zoons overleed op jonge leeftijd door een ongeluk met een wapen.