Bijna 300 doden bij strijd om ruïnestad Palmyra
Strijders van terreurbeweging Islamitische Staat (IS) hebben zich vanmiddag weer teruggetrokken uit de noordelijke wijken van de ruïnestad Palmyra die zij gisteren hadden veroverd. Zij hebben nog wel een dorp ten noorden van de stad in handen. Dat heeft het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten gemeld. Bij de strijd zijn bijna 300 doden gevallen.
Maamoun Abdulkarim, directeur archeologisch erfgoed van de Syrische regering, zei dat het leger Palmyra weer geheel in handen heeft. De ruïnes in het zuidwesten van de stad zouden onbeschadigd zijn. Ook volgens Talal Barazi, gouverneur van de provincie Homs, zijn de ordetroepen er in geslaagd de jihadisten te verjagen uit het noorden van Palmyra.
Archeologen en de VN-organisatie voor cultuur zijn bijzonder bezorgd over de opmars van IS naar Palmyra, dat tot de belangrijkste archeologische plaatsen in het Midden-Oosten wordt gerekend. Unesco zette de stad twee jaar geleden op lijst van bedreigd werelderfgoed.
Palmyra, ten oosten van de Syrische hoofdstad Damascus, wordt de stad van Duizend Zuilen genoemd. De stad werd rijk door de strategische ligging op de zijderoute. Handelaren konden hun waar verkopen aan reizigers, waardoor Palmyra grote kunstwerken kon bouwen.
295 doden
Minstens 295 mensen, vooral jihadisten en troepen van het Syrische regime, zijn sinds woensdag omgekomen bij het offensief op Palmyra, zo zegt het Observatorium voor de Mensenrechten nog. Die baseert zich voor de balans op een netwerk van burgers, medici en militairen. Bij de slachtoffers zijn 123 soldaten, 115 strijders van IS en 57 burgers, onder wie tientallen die geëxecuteerd zijn door IS.