Bijna 60 doden bij Russische bombardementen in Syrië
Bij een luchtaanval in de noordwestelijke provincie Idlib in Syrië zijn zeker 57 mensen om het leven gekomen. Door de aanval in Maarat al-Numan in de provincie Idlib raakte ook een groot aantal mensen gewond. Dat meldt het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten.
Het doelwit van de aanval was volgens het Observatorium een rechtbank die in handen was van het al-Nusra Front, dat is gelieerd aan terreurnetwerk al-Qaeda. Zeker 23 leden van de extremistische groepering zouden om het leven zijn gekomen. Ook drie vrouwen en zeker een kind overleefden het bombardement niet. Volgens de activisten is bij de aanval ook een kleine markt geraakt.
De bommen vielen op Maarat al-Numan, een plaats in handen van Syrische rebellengroepen. Of de bombardementen werden uitgevoerd door Russische of Syrische vliegtuigen, werd niet gemeld door het observatorium, aldus persbureau Reuters. Zowel de luchtmacht van het Assad-regime als die van de Russen bombarderen boven Idlib.
Vredesgesprekken
Een einde van de oorlog in Syrië, die tot nu toe meer dan een kwart miljoen levens eiste, is nog ver weg. Vorige maand keurde de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN) wel een plan goed voor vredesgesprekken. Die zouden op 25 januari in Geneve moeten beginnen.
Syrische staatsmedia berichtten vandaag dat de Syrische regering bereid is mee te werken aan de gesprekken, maar vooraf wil weten welke oppositiegroepen ook aan tafel zitten. Syrische rebellen, die tegen het regime van president Assad strijden, hebben twijfels over of de gesprekken daadwerkelijk eind januari kunnen beginnen.
Voor de rebellen en voor het westen, Amerika voorop, is het zaak dat het regime van Assad verdwijnt. De Russen benadrukken keer op keer dat het 'aan het Syrische volk is' om te bepalen wie hun land gaat leiden. Zij sluiten een rol voor Assad niet op voorhand uit.
Honger
Intussen blijkt dat de duizenden door hongerdood bedreigde mensen in de stad Madaya nog zeker tot maandag moeten wachten op hulp. Vanwege logistieke problemen kunnen de leveringen voorlopig niet beginnen, aldus Pawel Krzysiek, woordvoerder van het Internationaal Comité van het Rode Kruis, zaterdagavond.
De hulporganisaties werken de klok rond om de konvooien mogelijk te maken, aldus de woordvoerder. De Syrische regering gaf donderdag toestemming voor de transporten. Eerder klonk het dat de hulporganisaties zondag zouden aankomen. De stad wordt al sinds juli belegerd door troepen die loyaal zijn aan president Bashar al-Assad. Sinds 1 december zijn in een ziekenhuis van Artsen zonder Grenzen al 23 mensen omgekomen, meldde de ngo vrijdag.