Nederlandse vanop de Filipijnen: "Plunderingen vormen reëel gevaar"
De storm boven de Filipijnen is weggetrokken, maar nieuwe dreigingen doemen op. Vandaag werden delen van het land opgeschrikt door hevige naschokken van de aardbeving die twee weken geleden plaatsvond. Maar de nood kent ook andere gezichten: plunderaars zijn op pad en die deinzen niet terug voor geweld. Tal van hongerige mensen zijn op zoek naar voedsel voor hun kinderen en andere familieleden.
De Nederlandse Maartje Ruijgt leeft al zeven jaar op de Filipijnen. Ze woont in Cebu City, de hoofdstad van de provincie Cebu, waar bijna 900.000 mensen wonen. Ze leidt er een bedrijfje dat projecten en trainingsprogramma's voor vrijwilligers opzet. "Het openbare leven begint hier weer op gang te komen. Elektriciteit en water zijn, met onderbrekingen, weer beschikbaar."
Politiebegeleiding
"De plunderingen, hoe begrijpelijk ook wanneer mensen geen voedsel hebben, vormen een reëel gevaar. Konvooien naar de rampgebieden hebben politiebegeleiding nodig", aldus de Nederlandse. Andere aanhoudende problemen vormen de gebrekkige communicatie en de slechte staat waarin veel wegen na de tyfoon Haiyan verkeren.
"Het bereiken van de echt zwaar getroffen gebieden verloopt uiterst moeizaam." Volgens Ruijgt ligt op sommige plaatsen letterlijk alles plat en is daar nog geen hulpverlener geweest. Behalve slechte wegen die een hindernis vormen, zijn helaas ook vaartuigen nauwelijks inzetbaar rond de getroffen eilanden. Er is sprake van veel regen en het waait op sommige plaatsen nog hard.
Solidariteit
"Het is wel mooi om te zien dat iedereen een ander probeert te helpen. Dat hoort helemaal bij dit land en zie ik overal waar ik kom." De Nederlandse blijft intussen zelf ook niet bij de pakken zitten: ze is een inzamelingsactie begonnen. "Eind van de week hoop ik naar de gebieden te kunnen gaan waar de nood het hoogst is."