Sinds 1993 meer dan half miljoen doden door extreem weer
Extreme weersomstandigheden door de klimaatveranderingen hebben het afgelopen jaar aan duizenden mensen het leven gekost en enorme financiële schade veroorzaakt. Sinds 1993 zijn meer dan 530.000 mensen gestorven door 15.000 gevallen van extreem weer, zo berekende de Duitse ontwikkelingsorganisatie Germanwatch.
Haïti, de Filipijnen en Pakistan werden vorig jaar het zwaarst getroffen, verklaarde woordvoerder Sönke Kreft op de VN-klimaatconferentie in Warschau bij de voorstelling van de Global Climate Risk Index. Op de Filipijnen, dat nu zwaar getroffen is door de tyfoon Haiyan, stierven vorig jaar 1.400 mensen door de tyfoon Bopha. In Pakistan kwamen door hevige moessonregens 650 mensen om het leven.
Haïti, dat nog altijd niet is bijgekomen van de zware aardbeving die het land in 2010 trof, kreeg vorige jaar zowel de orkaan Isaac als Sandy over zich heen. Daardoor werden zeker 200.000 mensen dakloos.
De landen die de voorbije 20 jaar het meest te lijden hadden onder extreem weer zijn zonder uitzondering ontwikkelingslanden. Honduras, Myanmar en Haïti kregen het in die periode het zwaarst te verduren.
"Wake-up call"
De regio waar dit jaar de klimaattop plaatsvindt, Oost-Europa, is het momenteel meest kwetsbaar van de ontwikkelde landen. "Ironisch genoeg kunnen die landen meestal de minst ambitieuze klimaataanpak voorleggen", weet Kreft. "Voor die landen zou de klimaattop in Warschau een keerpunt moeten vormen om weg te evolueren van hun afhankelijkheid van kolen en olie."
"Onze resultaten zijn een 'wake-up call' om het internationale klimaatbeleid aan te zwengelen en om weergerelateerde rampen beter te beheren", zegt Kreft. "Het jaar 2015 vormt een mijlpaal, waarin er een nieuwe klimaatovereenkomst moet afgeleverd worden. En ook het internationale kader voor de aanpak van rampen moet vernieuwd worden."