Onvrede in VS over slappe houding Turkije in de strijd tegen IS
De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry noemde Turkije onlangs officieel nog een "gewaardeerde partner van de coalitie" tegen de terreurorganisatie Islamitische Staat (IS), maar anoniem klinkt er in Washington steeds meer kritiek aan het adres van de NAVO-partner. Waarnemers vragen zich af welke lijn Ankara nu eigenlijk wil aanhouden.
De aankondiging van enige hulp voor de door jihadisten belegerde Noord-Syrische stad Kobane zorgt alleen voor meer wenkbrauwgefrons. Duidelijk is dat de ondoorzichtige houding van de Turken voor extra krassen zorgt op het al aangetaste internationale blazoen van Ankara.
'Low profile', zo heeft de Turkse regering zich voorlopig opgesteld in haar bijdrage aan de strijd tegen IS. Dat het land niet plooit voor de westerse druk om militair in te grijpen, is begrijpelijk. Maar ook voor "zachtere" verzoeken houdt Ankara de boot af, of beter, de deur dicht. President Recep Tayyip Erdogan sprak zich het voorbije weekend nog eens uit tegen rechtstreekse wapenleveringen aan de strijders van de Koerdische Volksbeschermingseenheden in Kobane. Die kregen maandagmorgen weliswaar hun eerste lading wapens en munitie, maar die werd door de Amerikanen gedropt vanuit de lucht, en de bevoorrading gebeurde dus niet via Turkije.
Geen toegang tot luchtmachtbasissen
Ankara wil voorlopig ook geen luchtmachtbasissen (zoals die van Incirlik) openstellen voor luchtaanvallen van de coalitie tegen IS. De onderhandelingen daarover lopen voort, luidt het. De Turkse autoriteiten zijn als de dood voor het openstellen van een corridor voor de Koerdische strijders in Syrië. Erdogan gaat zelfs nog een stapje verder door de Syrisch-Koerdische partij PYS, waarvan de Volksbeschermingseenheden de gewapende arm zijn, als "terreurorganisatie" te bestempelen, evenzeer als de verboden Koerdische Arbeiderspartij PKK. Twee weken geleden had de president de PKK al gelijkgezet met IS. Volgt men die logica, dan zijn de Koerdische strijders in Kobane in de ogen van Erdogan geen haar beter dan de jihadisten van IS.
Twijfelachtige Turkse blazoen
Vandaag kwam dan toch nog de verrassing met de aankondiging van buitenlandminister Mevlüt Cavusoglu dat Koerdische peshmerga-strijders uit het noorden van Irak over Turkse bodem naar Kobane kunnen - met hen staat Ankara op goede voet -, maar of dat van die aard is om Turkije dadelijk weer het etiket van "coöperatieve" partner te geven, is maar de vraag.
Het Turkse blazoen heeft trouwens al langer krassen opgelopen. Er was in de zomer van 2013 de bloedige onderdrukking van de protesten in het Gezi-park in Istanboel, maar ook de corruptieschandalen rondom de regering toen Erdogan nog premier was en de autoritaire trekjes van diezelfde regering hebben het imago van Ankara geen deugd gedaan. De nederlaag van het land in de VN-Veiligheidsraad vorige week was veelzeggend: Turkije had zich kandidaat gesteld als lid voor de V-Raad, maar bleef duidelijk onder het benodigd aantal stemmen.