"Rebellen in Mali zijn taaier dan Fransen dachten"
De islamistische rebellen in Mali zijn beter getraind en bewapend dan de Fransen hadden gedacht voor ze begonnen met een militaire actie in het Afrikaanse land. Dat hebben Franse en andere VN-diplomaten anoniem gezegd tegen het Britse persbureau Reuters.
Het vechten zou daardoor wel eens bloediger kunnen worden dan van tevoren was gedacht. Hierdoor zullen andere westerse landen huiverig zijn om de Fransen te ondersteunen. De Fransen hopen toch dat ze hun bondgenoten achter zich krijgen, zeggen de diplomaten.
"Onze vijanden zijn goed bewapend, goed uitgerust, goed getraind en vastberaden", zei een vooraanstaande Franse diplomaat. Volgens hem kwamen de Franse militairen voor "de eerste verrassing" te staan toen bleek dat sommige strijders zich niet zonder slag of stoot terugtrokken.
Westerse landen vrezen dat het islamisme in Mali zich verspreidt over de regio. De Europese Unie stuurt uiterlijk volgende maand, eerder dan het plan was, zo'n 200 Europese militairen naar het Afrikaanse land om het regeringsleger te trainen. Dat strijdt tegen radicaalislamitische rebellen die vorig jaar het noorden van Mali onder de voet liepen.
Geen toegang voor hulporganisaties
Hulporganisatie Artsen zonder Grenzen meldt intussen dat het geen doorgang krijgt naar het zwaar bevochten en gebombardeerde gebied rondom de plaats Konna. De wegen ernaar zijn afgesloten door het Malinese leger. De organisatie roept alle partijen op om "humanitaire organisaties toegang te verlenen tot Konna en alle andere plaatsen waar gevochten wordt, en waar burgers afgesloten zijn van humanitaire hulp."
"Ondanks onze herhaaldelijke verzoeken blijven de autoriteiten weigeren om ons toegang te verlenen tot Konna", zegt Malik Allaouna, operationeel verantwoordelijke van Artsen zonder Grenzen, in een communiqué. "Het is cruciaal dat neutrale en onpartijdige humanitaire hulp toegestaan wordt in de conflictgebieden. We vragen alle partijen om de burgerbevolking en het werk van humanitaire organisaties te respecteren."
Neutraliteit
"We werken al een aantal maanden in Mali, zowel in gebieden die in handen zijn van de regering als waar verschillende gewapende groepen controle over hebben", vervolgt Allaouna. "Maar sinds het begin van het offensief van het Malinese en het Franse leger, kunnen we ondanks onze neutraliteit de frontlijn niet meer oversteken. Hele regio's zijn nu afgesloten van hulp van buitenaf."
Artsen zonder Grenzen verleent nu al hulp in de regio's Mopti, Timboektoe en Gao. In Douentza, waar een team verschillende dagen afgesneden was van de buitenwereld en daarmee van bevoorrading, beginnen mensen weer naar het gezondheidscentrum te komen. Het team houdt daar medische consulten. De hulporganisatie werkt met 450 Malinese en 50 internationale medewerkers in Mali.