Russisch minister Lavrov haalt uit naar "extremisten" in Oekraïense steden
De Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov heeft vandaag uitgehaald naar de aanwezigheid van "extremisten" in Oekraïense steden en beschuldigde de nieuwe regering in Kiev ervan minderheden aan te pakken.
Volgens Lavrov willen de nieuwe machthebbers de vruchten plukken van hun overwinning door de mensenrechten en vrijheden aan te pakken. Hij zei dat het parlement beslissingen heeft goedgekeurd die de "rechten van etnische minderheden verminderen, rechters van het Grondwettelijk Hof de laan hebben uitgestuurd en gevraagd strafrechterlijke vervolging tegen hen in te stellen".
Nog luidens het hoofd van de Russische diplomatie is geëist "beperkingen te stellen op het gebruik van de Russische taal, ongewenste politieke partijen te verbieden en om zuiveringen door te voeren".
Verontwaardiging
"Dit alles leidde tot verontwaardiging in oostelijke en zuidelijke regio's van Oekraïne en de Autonome Republiek Krim waar miljoenen Russen wonen", aldus Lavrov. De Russische militaire interventie op de Krim dient om de minderheden te beschermen en mensenrechten te vrijwaren.
Lavrov haalde ook uit naar "sancties" en "boycots".
Videoboodschap
Door de Krim te bezetten, heeft Rusland niet alleen de oorlog verklaard aan Oekraïne maar ook aan de VS en Groot-Brittannië die zich garant hebben gesteld voor de soevereiniteit van Oekraïne, zo zei de vroegere Oekraïense premier Joelia Timosjenko vandaag in een videoboodschap op het internet aan de natie.
Waarnemend president Aleksandr Toertsjinov in Kiev heeft vandaag een wet ondertekend die Timosjenko alsmede de vroegere minister van Binnenlandse Zaken Joeri Loetsenko politiek rehabiliteert. Het Oekraïense parlement had de wet op 28 februari gestemd.