Schandaal doet Fransen net meer paardenvlees eten
Het schandaal rond paardenvlees heeft in Frankrijk de omgekeerde werking: juist meer Fransen vragen bij de slager naar een stukje paardenvlees. Dat is een verrassing voor de ongeveer 700 paardenbeenhouwers die ons buurland nog telt.
In de Britse cultuur komen de berichten over de aanwezigheid van paardenvlees in gerechten extra hard aan, aangezien het vlees van een paard daar in principe niet op het menu staat. Dat is bij ons en onze buurlanden toch enigszins anders. In Frankrijk verkopen gespecialiseerde slagers net meer paardenvlees dan voor de crisis. Terwijl de verkoop de voorbije decennia ook daar wel gedaald was, wekt de heisa in de media de nieuwsgierigheid van klanten op. Er wordt intussen vijftien procent meer paardenvlees verkocht dan normaal.
De honger naar paardenvlees gaat in Frankrijk terug tot de achttiende eeuw, toen revolutionairen de paarden van aristocraten opaten. Twee eeuwen lang was het vlees erg populair, maar dan raakte het bij jongere generaties uit de mode.
Paardenworst
De ontdekking van DNA van paarden in Iers vlees deed de bal aan het rollen. Niet alleen werden de Europese voedselnormen in vraag gesteld, er ontstond ook een discussie over het ethische aspect van het eten van paardenvlees. In Frankrijk lijkt het schandaal mensen net een duwtje in de rug te geven, zodat ze zich minder schuldig voelen wanneer ze paardenvlees kopen.
Ook in het restaurant Le Taxi Jaune in Parijs merken ze de plotse interesse voor gerechten met paardenvlees. Je kan er onder andere paardenworst en paardenhersenen eten. Toch is de chef van de zaak, Otis Lebert, sceptisch: "Bel me over drie maanden nog eens terug om te zien of paardenvlees nog steeds zo populair is."